From 30/08/2021 to 30/11/2021 TEMPORARY PROMO on transport costs! From €24.000 FREE HOME DELIVERY.

Buyback guarantee

Transparent pricing

Expert since 1987

Pick up & delivery

Always discrete

Blog | Dutch articles only

  1. Gouddelvers kampen met stijgende productiekosten

    Marktonderzoeker Metals Focus heeft berekend dat de totale productiekost (de zogenaamde All-in Sustaining Costs of AISC) in de goudmijnindustrie in het tweede kwartaal van 2021 met 10% op jaarbasis is toegenomen naar 1.067 dollar per troy ounce. Het was meteen het derde opeenvolgende kwartaal waarin de kostenstructuur steeg.

    Dat is belangrijk omdat oplopende productiekosten historisch een natuurlijke bodem onder de goudprijs leggen. De AISC omvat alle kosten die gemaakt worden om de productie op het bestaande niveau te handhaven. Het gaat daarbij om vervangingsinvesteringen maar niet om uitbreidingsinvesteringen. De totale kost van een actief is nog hoger wanneer ook de kost voor exploratie, vergunningen en dergelijke wordt bijgerekend.

    De hogere kostenstructuur heeft verschillende oorzaken. Een eerste ligt bij de valutaschommelingen. Goudproducenten ontvangen hun inkomsten in dollar omdat dit de munt is waartegen goud internationaal wordt verhandeld. Maar bij de producerende mijnen buiten de Verenigde Staten worden de meeste kosten in lokale valuta afgerekend (bijv. lonen en grondstoffen). Tussen 2020 en 2021 zijn de munten van grote productielanden als Zuid-Afrika, Australië en Canada flink in waarde gestegen tegenover de dollar. Dat element is de voorbije maanden wat minder belangrijk geworden omdat de Amerikaanse munt sinds kort weer in een stijgende trend zit. Niettemin blijft het wisselkoersrisico een belangrijke variabele naar kosten toe.

    Belangrijker waren de kosten gerelateerd aan de coronamaatregelen. Afstandsregels en testprocedures voor het personeel hebben de efficiëntie flink naar beneden gehaald. Toch was dit nog het minst ongunstige scenario want in bepaalde gevallen kwamen er ook tijdelijke mijnsluitingen aan te pas.

    De belangrijkste kostencomponent was echter arbeid en energie. Door de globale reisbeperkingen kampten verschillende mijnen met een tekort aan vast en contractueel personeel, wat de lonen de hoogte instuwde. Daarnaast schoten ook de brandstofprijzen de hoogte in. Dit heeft niet voor alle mijnen dezelfde impact, want de ene mijn is arbeidsintensiever dan de andere terwijl sommige uitbaters ook gedeeltelijk van alternatieve energie gebruik maken.

    Cijfers over het pas afgelopen derde kwartaal zijn nog niet beschikbaar maar het staat vast dat de kosten nog verder zijn opgelopen. De uitgaven voor coronamaatregelen zijn weliswaar grotendeels weggevallen maar de uitgaven voor energie blijven stijgen. Gekoppeld aan de lagere goudprijs zet dit de marges van de gouddelvers onder druk.

    Read more »
  2. Marktoverzicht september 2021

    Een duurdere dollar en een stijgende langetermijnrente bleken een nefaste combinatie voor de prijzen van de edelmetalen. Goud sloot de maand september af met een verlies van 3,4%. Dit brengt het rendement over het derde kwartaal op -0,8%.

    Ook de andere edelmetalen presteerden ondermaats met verliezen van 4% voor platina, 8% voor zilver en zelfs 26% voor palladium. Dit zijn niet toevallig die metalen met veel industriële toepassingen. In China doet de industriële sector het momenteel niet goed als gevolg van stroomtekorten en anti-pollutie maatregelen. Voor zilver was het de vierde opeenvolgende maand met een negatief rendement. Zilver zakte doorheen het technische steunniveau van 22 dollar. Daarmee was een troy ounce zilver in 14 maanden niet meer zo goedkoop. Bij goud blijft het technische steunniveau op 1.675 dollar voorlopig wel standhouden.

    Tegenover de start van 2021 is er bij goud een negatief rendement van 7% in dollar en 3% in euro. Zilver staat 14% in de min in dollar en 10% in euro. Eind vorige maand liep de goud-zilver ratio op naar meer dan 80 tegenover 76 een maand eerder. Dat was het hoogste niveau sinds november vorig jaar.

    De prijstrend bij de edelmetalen hangt samen met de verwachting dat de Federal Reserve binnenkort de monetaire stimuli zal afbouwen (tapering). Daarop klom de dollarindex naar het hoogste peil in meer dan een jaar terwijl ook de langetermijnrente de hoogte inschoot. De meest recente monetaire vergadering van de Federal Reserve bracht geen duidelijkheid over de timing van deze tapering. De markt verwacht dat de Fed volgende maand zal starten met een vermindering van de obligatie-aankopen. Deze bedragen op dit moment 120 miljoen dollar per maand.

    Een verhoging van de beleidsrente lijkt er minder snel te zullen aankomen. De Federal Reserve streeft naar een volledige werkgelegenheid en een stabiele inflatie. Het arbeidsmarktrapport van vrijdag 8 oktober wordt belangrijk om na te gaan of de gunstige trend van de voorbije maanden aanhoudt.

    De inflatie is een ander paar mouwen. Onder meer door de oplopende energieprijzen blijft deze hardnekkig hoog. Maar de monetaire autoriteiten blijven volhouden dat de hogere inflatie maar tijdelijk is. Er zal dus geen haast worden gemaakt met renteverhogingen. Dit betekent eveneens dat de reële rente (nominale rente min inflatie) de komende tijd negatief zal blijven en dus de koopkracht verder onder druk zal zetten.

    Read more »
  3. Goud na 50 jaar nog niet uitgeteld

    De klassieke media lieten de vijftigste verjaardag van het financiële en monetaire systeem, waar we met zijn allen in leven, nagenoeg geruisloos aan zich voorbij gaan. Toch is het voor investeerders belangrijk om wat historische kennis te hebben over dit onderwerp, dit om beter te begrijpen waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan.

    Na de Tweede Wereldoorlog werd het Bretton Woods-systeem opgezet. De naam verwijst naar het stadje in de Amerikaanse staat New Hampshire waar de overwinnaars een nieuwe monetaire architectuur moesten ontwerpen. Er werd gekozen voor een dollar-goudstandaard met de Amerikaanse munt als wereldreservemunt waarbij alle andere valuta een vaste wisselkoers zouden krijgen tegenover de dollar.

    Om de Amerikaanse munt betrouwbaar te maken, werd voor een (gedeeltelijke) gouddekking gekozen. De prijs van een troy ounce (31,10 gram) werd vastgelegd op 35 dollar en de Amerikaanse munt was voor centrale banken van buiten de Verenigde Staten inwisselbaar in goud. Vooral dit laatste is erg belangrijk. De Amerikanen konden deze belofte doen omdat ze op dat moment ongeveer twee derden van alle monetair goud in bezit hadden.

    Het Bretton Woods-systeem functioneerde tot de Verenigde Staten zwaar boven hun stand begonnen te leven. Onder meer de financiering van verschillende oorlogen kostte handenvol geld waardoor het aantal dollars in omloop steeg. De internationale koopkracht van de dollar daalde en een aantal centrale banken wisselden (een deel van) hun dollarreserves op in goud. Het gevolg was dat de Amerikaanse goudvoorraden snel slonken. Op 15 augustus 1971 zegde de toenmalige Amerikaanse president Nixon de convertibiliteit van de Amerikaanse dollar in goud eenzijdig op en dat was meteen ook het einde van Bretton Woods.

    In de plaats kwam een ‘fiat’ geldsysteem. Daarbij wordt de waarde van een munt bepaald door het vertrouwen in de centrale bank die het uitgeeft en een stabiele koopkracht moet garanderen. Centrale banken kunnen onbeperkt de geldhoeveelheid uitbreiden zonder dat daar een onderpand tegenover staat. Dit gebeurt om tekorten te financieren en de financiële markten te ondersteunen.

    Toch is de rol van goud nog lang niet uitgespeeld. Vrijwel alle centrale banken houden nog een deel van hun valutareserves aan in goud. dit aandeel wordt de voorbije jaren nog uitgebreid. Goud dient daarbij als tegengewicht voor de steeds verder groeiende schuldenberg.

    Read more »
  4. ‘Flash crash’ bij goud en zilver en het gevaar van hefboomproducten

    Na het rapport over de toestand op de Amerikaanse arbeidsmarkt begin augustus daalde de goudprijs van ongeveer 1.800 naar 1.750 dollar en zilver van 25 naar 24 dollar. Er kwamen in juli meer banen bij dan verwacht en het werkloosheidspercentage daalde sneller. Daardoor zetten de beursalgoritmes de dollar en de rente hoger en goud lager. Maar daarmee was de kous niet af.

    In de nacht van zondag 8 augustus op maandag 9 augustus volgde een ‘flash crash’ die goud naar 1.677 dollar en zilver naar minder dan 23 dollar liet crashen. Dit tijdstip valt samen met de opening van de markten in Azië. Tijdens het bewuste weekend bleven de markten in Singapore en Japan uitzonderlijk dicht. De liquiditeit was op dat moment dus erg dun, wat een ideaal moment is om een ‘short raid’ te organiseren. Een bepaalde marktpartij dumpte voor 4 miljard dollar aan termijncontracten in een lege markt. Daarbij sneuvelden belangrijke technische steunniveaus waardoor automatische verkooporders in werking traden en de daling nog versterkten.

    De ‘flash crash’ bij goud en zilver illustreert nog een ander risico in waar beleggers die met hefboomproducten op de prijsevolutie van edelmetalen speculeren mee te maken krijgen. Deze hefboomproducten worden door de uitgevende financiële instellingen onder verschillende merknamen in de markt gezet maar het principe is telkens hetzelfde. De onderliggende waarde is een termijncontract waarbij de uitgevende financiële instelling het grootste deel financiert en de belegger, die daarvoor uiteraard een rentevergoeding betaalt, de rest. Die beperkte inleg creëert een hefboomeffect, met als keerzijde van de medaille dat er meestal ook een stop-loss niveau is. Wanneer dat niveau wordt bereikt, zelfs al is het maar even, wordt de notering van het hefboomproduct opgeschort en blijft er nog slechts een minieme restwaarde over. Tijdens de flash crash waren alle hefboomproducten met een stop-loss boven 1.677 dollar dit lot beschoren, zelfs herstelde de prijs nadien heel snel.

    Met fysiek goud stelt dit probleem zich niet. Er is geen stop-loss niveau en bezitters van gouden munten of staven hoeven zich geen zorgen te maken over tussentijdse schommelingen. Na minder dan twee weken was het effect van de flash crash alweer grotendeels teniet gedaan. Net zomin als iemand dagelijks de marktwaarde van zijn huis of een schilderij checkt is het niet nodig om dit voor fysiek goud te doen. Alles hangt samen met de reden waarom iemand in goud investeerde en vooral op welke manier.

    De les die hier uit te trekken valt, is dat beleggers die voor fysiek goud kiezen als bescherming tegen het falende financiële systeem en niet als speculatieve belegging zich geen zorgen hoeven te maken. Papiergoud, onder welke vorm dan ook, verschilt in niets van andere onderliggende waarden en blijft dus risicovol. Het organiseren van flash crashes laat bepaalde marktpartijen toe om veel geld te verdienen. Om die reden zal het ook niet de laatste flash crash zijn. Wie zich al een keer verbrand heeft met hefboomproducten zal hopelijk niet geneigd zijn om dat een tweede keer toe te laten.

    Read more »
  5. Marktoverzicht augustus 2021

    Goud sloot augustus per saldo nagenoeg ongewijzigd af (+0,3%) maar dat betekent niet dat er de afgelopen maand geen vuurwerk was, wel integendeel. Het gele metaal herstelde verrassend snel van de ‘flash crash’ waarbij de bodem van maart werd getest. Na een driedubbele bodem op 1.675 dollar is de goudprijs intussen weer in de richting van een technisch weerstandsniveau geklommen.

    Bij zilver verliep het herstel iets minder vlot waardoor de maand werd afgesloten met een verlies van 5%. Ook de andere edelmetalen lieten het afweten met een verlies van 5,5% voor platina en zelfs 9% voor palladium. Deze metalen hebben vooral industriële toepassingen en corrigeerden mee met onder meer de prijzen van koper en ijzererts.

    Tegenover de start van 2021 is er bij goud een negatief rendement van 4% in dollar en -1,5% in euro. Zilver staat 9% in de min in dollar en 6,5% in euro. Daardoor is de goud/zilver ratio verder opgelopen naar 76 tegenover 71 een maand eerder. En was er zelfs een piek op 78, wat het hoogste peil sinds november vorig jaar was.

    De dollar zit de voorbije weken in een dalende trend terwijl de rente op de tienjaarse overheidsobligatie in de Verenigde Staten rond 1,3% blijft schommelen. Op korte termijn zal de monetaire politiek de prijsevolutie van de edelmetalen bepalen.

    Er is de voorbije maanden al veel gespeculeerd over het tempo waarmee de centrale banken hun obligatie-inkopen zullen afbouwen en de rente verhogen. Dit zal onder meer afhangen van de situatie op de arbeidsmarkt en de impact van de deltavariant van het coronavirus op de economische groei.

    Op de Jackson Hole meeting van centrale bankiers werd bevestigd dat er volop over een zogenaamde ‘tapering’ (uitdoofscenario) wordt nagedacht maar van een concrete timing is momenteel nog geen sprake. Te snelle renteverhogingen zouden het prille economisch herstel namelijk in de kiem kunnen smoren. Vooralsnog gaat de markt er van uit dat de hogere inflatie tijdelijk is.

    Mogelijks brengt de volgende beleidsvergadering van de Federal Reserve, die op 22 september plaats vindt, meer duidelijkheid.

    Read more »
  6. Van ruilhandel tot bankbiljet: de geschiedenis van goud en geld

    Goud bekleedde doorheen de geschiedenis verschillende functies. Als machtssymbool, religieus, esthetisch, en vooral financieel gereedschap. Die rol hangt zeer sterk samen met die van het geld. Maar hoe 'in goudsnaam' is het zo tot stand gekomen? Aangezien ze in het oude Egypte niet met euro’s betaalden, is er veel te ontdekken tussen toen en nu. Lees mee.

    Hoe koop je een brood wanneer je geen geld op zak hebt? ‘Onmogelijk’, denk je? Aan de start van de menselijke beschaving zag niemand hier echter graten in. Geld bestond nog niet: je ruilde. Met de appels die je in de ochtend plukte bijvoorbeeld. Of met welk voorwerp dan ook. Zolang de huidige eigenaar van dat brood er nut of waarde in zag, had je een deal.

    De eerste vorm van handel - ruilhandel - was daardoor zeer subjectief. Want een appel is meer waard voor een Inuit in Groenland, dan voor de inwoners van de Haspengouw. Al snel kwam de nood opzetten voor een intermediair betaalmiddel. Een voorwerp waarmee je aankopen deed dat overal evenveel waard was.

    Het China van 1300 voor Christus vond hier wat op: schelpengeld. Schelpen hadden geen enkel praktisch nut, ze dienden louter als tussenstap. De eerste vorm van geld zag het daglicht en werd algemeen geaccepteerd als betaalmiddel. Schelpengeld hield uiteindelijk meer dan 3000 jaar stand; zelfs vandaag kan je er nog steeds een boeket papieren bloemen mee kopen op het strand van Blankenberge.

     

    Kauri schelpen die meer dan 3000 jaar dienst deden als betaalmiddel.Kauri schelpen die meer dan 3000 jaar dienst deden als betaalmiddel.

     

    Munt slaan uit goud
    Geld slaagt pas in zijn opzet, wanneer het voldoet aan enkele voorwaarden. Een betaalmiddel moet daarom de volgende checklist doorstaan:

    + Het is een schaars goed. Hoe meer ervan in de omgang, hoe minder het voorwerp waard is.

    + Draagbaar en niet vergankelijk. Zouden we beslissen om ‘koeien’ als geld te hanteren, zou het een hele klus zijn je portemonnee overal mee te dragen. Bovendien ben je bankroet wanneer jouw koe sterft.

    + Gestandaardiseerd en deelbaar. Je moet geld kunnen splitsen en onderling wisselen: hoe ontvang je anders je wisselgeld bij de bakker?

    + Het voorwerp mag niet na te maken zijn. 

    + De overheid erkent het als een wettig betaalmiddel.

    Het eerste geld dat aan al deze voorwaarden voldeed verscheen op het wereldtoneel rond 560 voor Christus. Het waren de Lydiërs - het huidige Turkije - die voor het eerst pure gouden en zilveren munten uitbrachten.

     

    De eerste gouden munt uit de geschiedenis.

     

    Papiergeld komt op de proppen
    Een probleem diende zich aan. Handelaars groeiden en maakten steeds grotere deals. Daardoor zag je steeds vaker grote goudtransporten. Een risicovolle evolutie waar struikrovers en piraten hun vingers bij aflikten. 

    Het was - opnieuw - China dat met de oplossing kwam. Handelaars brachten hun goud en zilver onder bij - speciaal daarvoor opgerichte - corporaties: de eerste banken. Handelaars wisselden hun goud en zilver om tegen ontvangstbiljetten. Die bleven daarna in de economie circuleren als betaalmiddel.

    Na verloop van tijd gaven banken meer bankbiljetten uit dan dat ze aan goud en zilver in bewaring hadden. Een concept dat fractioneel bankieren heet. Door meer geld in de omgang te brengen - er is namelijk maar een beperkte hoeveelheid goud - zal de economie & handel floreren.

    Hier startte de haat-liefderelatie van de mens met papiergeld. Doordat de creatie ervan nagenoeg onbeperkt was (en nog steeds is), kon er overproductie plaatsvinden. Van zodra er teveel geld in omloop kwam, verloor het dan ook zijn waarde. Telkens dat gebeurde, was het de natuurlijke reactie van de mens om massaal opnieuw geld om te wisselen naar goud. Want goud is goud, en dat verloor zijn waarde niet.

     

    De ontvangstbiljetten uit het China van 600 na Christus

     

    Next stop: Fiatgeld
    Nee, je koopt er geen Italiaanse auto mee. Het omschrijft een versnelling in het monetaire landschap: een nieuwe manier om geld waarde te geven. Aangezien elke vroege vorm van papiergeld eindigde in een fiasco, bedachten overheden een oplossing. Die kwam in de vorm van fiatgeld. Vertaal het Latijnse woord ‘Fiat’ en je krijgt: ‘het weze zo’.

    Het concept was simpel: de overheid besliste dat geld waarde had en dwong de aanvaarding ervan af. Geld werd niet langer gewaarborgd door een hard activa als goud of zilver. In de plaats daarvan kreeg je de integriteit van de overheid als achterliggende waarborg. Die ging namaak tegen en besliste hoeveel geld er in omloop kwam. 

    Zo werd de overheid verantwoordelijk voor de instandhouding van de waarde van het geld. Of ze daar doorheen de geschiedenis ook effectief in zouden slagen, is een andere zaak. Denk maar aan oorlogssituaties of grote crisissen waar snelle geldcreatie een kortetermijnoplossing kon bieden: met een uiteindelijke inflatie tot gevolg.

     

    Fiatgeld: deze dollar is iets waard, omdat de overheid het zo beslist.

     

    De gouden les die we hieruit trekken
    De Griekse drachme, Nederlandse gulden, Duitse mark en Belgische frank... Het lijstje munteenheden doorheen de geschiedenis is lang, maar hebben allen één gemeenschappelijke factor. Ze dienen als tussenstop, een betaalmiddel om koopkracht te bewaren. Geld dient niet om te sparen

    Voltaire wist in de 18e eeuw al te vertellen dat met de geringste inflatie, de waarde van papiergeld onvermijdelijk evolueert naar nul. Wanneer je vandaag al je geld op een spaarrekening zet, is de rentevoet kleiner dan de inflatie. Zo verliest jouw geld op lange termijn zijn waarde.

    Goud blijkt een betere vorm van waardeopslag te zijn. Het is gewapend tegen inflatie en doorstond de tand des tijds.

    Read more »
  7. Nassim Taleb (auteur The Black Swan) ziet in bitcoin geen concurrent voor goud

    Nassim Nicholas Taleb zal voor de meeste investeerders geen onbekende zijn. De professor is aan de universiteit van New York gespecialiseerd in risico-analyse en kwantitatieve modellen maar is vooral bekend als de auteur van de bestseller ‘The Black Swan’. Daarin beschrijft hij het risico op een ‘tail risk event’ of een gebeurtenis die niemand verwacht en de impact daarvan op de financiële markten.

    Aanvankelijk stond Taleb positief tegenover de evoluties in de markt van cryptovaluta. De auteur en professor schreef in 2018 zelfs het voorwoord van het boek ‘The Bitcoin Standard’ waarin werd geponeerd dat cryptovaluta op termijn de fakkel van fiat geld (door een centrale overheid uitgegeven en gecontroleerd) zouden overnemen. Taleb zag cryptovaluta aanvankelijk als een manier om zich aan de overheidscontrole op geld te onttrekken. Het idee dat burgers er in bepaalde landen met autoritaire regimes kapitaalcontroles kunnen omzeilen, klonk erg aanlokkelijk. In een recente paper met als titel ‘Bitcoin, Currencies, and Fragility’ stapt hij nu van dit positivisme af.

    Taleb is van mening veranderd omdat bitcoin en andere cryptovaluta niet brengen wat hij ervan verwachtte. Dat werd vooral duidelijk tijdens de Covid-crisis op de financiële markten. De professor is er nog steeds van overtuigd dat er naast de door de overheden gecontroleerde valuta minstens 1 gedecentraliseerde munt of waarde-opslagmiddel moet bestaan. Deze munt moet wel aan een paar voorwaarden voldoen op het vlak van bescherming tegen inflatie en bescherming tegen het systeemrisico. Bitcoin en andere crypto’s zijn op beide criteria door de mand gevallen.

    In de financiële wereld verwarren velen het succes van bitcoin als digitale munt met het succes ervan als speculatieve investering. Taleb wijst er op dat dit 2 totaal verschillende dingen zijn. De extreme volatiliteit - die crypto’s speculatief interessant maakt - is tegelijk een groot nadeel omdat het die munten zowel als betaalmiddel als waarde-opslag onbruikbaar maakt. In maart 2020, tijdens het hoogtepunt van de coronapandemie, vielen de koersen van bitcoin en andere crypto’s zelfs harder terug dan de aandelenmarkten.

    Pas na een massieve liquiditeitsinjectie kwamen de crypto’s en beurzen er weer bovenop. Dat is volgens Taleb een bewijs dat cryptovaluta ongeschikt is om zich tegen systeemrisico’s in te dekken. De professor vraagt zich in zijn paper eveneens af wat de impact van een grootschalige stroomonderbreking of internetpanne zou zijn op de waarde van cryptovaluta.

    Deze problemen zijn bij fysiek goud niet aan de orde. Tijdens de Covid-crisis daalde de goudprijs aanvankelijk ook maar veel minder dan de aandelenkoersen en de crytovaluta. Fysiek goud is verder ook onderhoudsvrij en heeft geen technische ondersteuning nodig. Taleb besluit daarom dat crypto’s geen concurrentie zijn voor goud wat betreft indekking tegen een falen van het financiële systeem.

    Read more »
  8. Goud scoort beter dan bitcoin op ESG-schaal

    De World Gold Council berichtte begin juli over een onderzoek bij 500 institutionele investeerders. Die werden bevraagd naar de samenstelling van hun huidige portefeuille en dan meer bepaald de allocaties over de verschillende activaklassen.

    Ongeveer 1 op 5 institutionele portefeuilles bevat goud en bij die goudbezitters maakt het gele metaal gemiddeld 4% van de portefeuille uit. Van de groep die goud bezit geeft 40% aan dat ze die goudpositie de komende 3 jaar wil uitbreiden. Opvallend is ook dat bijna de helft van de institutionele beleggers die momenteel geen goud bezitten aangeven dit de komende 3 jaar wel te willen doen.

    Er is echter een belangrijke kanttekening: institutionelen laten zich in hun investeringsbeslissingen steeds meer leiden door zogenaamde ESG-criteria (Environmental, Social en corporate Governance). Dit is voor een groot deel noodgedwongen, onder druk van aandeelhouders of overheden die daaromtrent regels opleggen. Fondsbeheerders worden geacht om zaken als duurzaamheid en maatschappelijke impact van een actief waarin ze willen investeren te meten. Zo hebben verschillende zogenaamde sovereign wealth funds (investeringsfondsen van een bepaald land) hun investeringen in fossiele brandstoffen afgebouwd of zelfs tot nul gereduceerd.

    Daarom is het interessant om ook bij activa als goud en bitcoin de ESG-impact in het achterhoofd te houden. Het is intussen al lang geen geheim meer dat crypto-valuta erg energie-intensief zijn. Digitale munten zijn dan misschien niet tastbaar en vluchtig, de energieconsumptie ervan is wel reëel. Het ‘mijnen’ van bitcoin en het verifiëren van de transacties vergt heel wat rekenkracht van energieverslindende computers.

    Sinds kort hebben we ook een indicatie van hoe hoog dit verbruik precies is. Banc of America zette samen met Forbes en een onafhankelijk onderzoeksbureau een aantal cijfers op een rijtje. Zo vergt het 17 megajoule (MJ) aan energie om voor 1 dollar aan bitcoin te genereren. Om voor 1 dollar goud te mijnen is slechts 5 MJ nodig. Op het vlak van CO2-uitstoot scoort bitcoin nog een stuk slechter. Bij het mijnen van 1 bitcoin komt 191 ton CO2 vrij. Om eenzelfde waarde aan goud te ontginnen, wordt slechts 13 ton CO2 uitgestoten wat bijna 15 keer minder is. Het mijnen van 1 bitcoin komt op het vlak van CO2 uitstoot overeen met een wagen die 2 miljoen kilometer aflegt.

    Omwille van die extreem hoge energieconsumptie en hebben verschillende investeerders hun openlijke steun aan bitcoin intussen opgezegd. De totale marktwaarde van alle bovengronds goud (geschat op 197 000 ton) bedraagt momenteel 11,6 miljoen dollar. Dat is 20 keer meer dan de marktwaarde van bitcoin (600 miljard dollar). Dit cijfer is wel extreem volatiel want nauwelijks enkele maanden terug noteerde bitcoin twee keer zo hoog.

    Read more »
  9. Marktoverzicht juli 2021

    Met een winst van bijna 3% in juli maakte de goudprijs slechts een deel van het verlies van een maand eerder goed. Toen werd het gele metaal 7% goedkoper, meteen de slechtste prestatie sinds november 2016.

    Toch was goud het enige edelmetaal dat vorige maand hoger afsloot. Zowel zilver (-2,5%), platina (-2%) als palladium (-4%) werden goedkoper. Sinds de start van 2021 bedraagt het rendement nu -4,2%. In euro is dit -2% omdat de dollar in die periode meer waard werd. Goud noteert nu 13% onder de nominale recordkoers van augustus vorig jaar. Zilver staat sinds begin dit jaar op een negatief rendement van 3% in dollar en -1% in euro. Door de underperformance van zilver vorige maand is de goud/zilver ratio opgelopen naar 71 tegenover 68 een maand eerder.

    Fundamenteel is er de voorbije weken weinig veranderd. De inflatiecijfers bevestigen nog steeds de oplopende prijstrend. Volgens centrale bankiers is die van tijdelijke aard maar er zijn ook steeds meer dissidente stemmen. Zowel de Federal Reserve als de Europese Centrale Bank hebben geen haast om de rente te verhogen. De Amerikaanse Fed streeft naast prijsstabiliteit ook naar maximale tewerkstelling maar de arbeidsmarkt is nog lang niet hersteld van de coronapandemie. Vandaar dat de inkoop van obligaties (maandelijks 120 miljard dollar) voorlopig behouden blijft terwijl een renteverhoging nog niet onmiddellijk in de kaarten zit.

    De rente op de 10-jaarse Amerikaanse overheidsobligatie blijft intussen maar dalen en bedraagt nog slechts 1,23%, ver onder de top van maart (1,75%). Dit is geen teken van veel vertrouwen in een sterke economie en ondermijnt ook de waarde van de dollar. De World Gold Council (WGC) liet in haar Gold Demand Trends Report weten dat de globale vraag naar gouden munten en staven in het tweede kwartaal met meer dan de helft (56%) is toegenomen tegenover dezelfde periode vorig jaar. Over de volledige eerste jaarheft werden 594 ton gouden munten en staven verkocht, de grootste hoeveelheid sinds de eerste helft van 2013.

    Er was tussen januari en juni wel een uitstroom van 129,3 ton uit ETF’s, al was het cijfer van het tweede kwartaal wel weer positief. De centrale banken, waaronder die van Brazilië, Thailand en Hongarije, kochten in het tweede kwartaal 200 ton goud, ruim drie keer zoveel als een jaar eerder.

    Read more »
  10. Basel III: voorlopig weinig impact op de goudmarkt

    Op 28 juni werden de Basel III-normen van kracht in Europa. Het Verenigd Koninkrijk, dat met de London Bullion Market Association (LBMA) het internationale clearing house voor fysieke goudtransacties huisvest, volgt pas volgend jaar.

    Wat goud betreft, wordt onder Basel III een onderscheid gemaakt tussen toegewezen (allocated) en niet-toegewezen (unallocated) goud. Fysiek goud in eigen bezit is toegewezen, een papieren belofte van goudbezit (zoals een termijncontract) is dat niet.

    Voortaan krijgt allocated goud een ‘Tier 1’ status wat betekent dat het voor 100% meetelt als reserve-actief (net als bijvoorbeeld liquiditeiten). Aan allocated goud wordt dus geen risico toegekend. Voorheen (Basel II en eerder) hadden zowel allocated als unallocated goud een ‘Tier 3’ status en telden ze beiden voor de helft als reserve mee. Op korte termijn is dat vooral van belang voor de centrale banken en de ‘bullion banks’ die fysiek goud verhandelen. Voor gewone commerciële banken zonder link met goud verandert er niets.

    De goudreserves van centrale banken worden dus in één klap twee keer meer waard. In theorie wordt fysiek goud nu aantrekkelijker voor de centrale banken. In anticipatie heeft Hongarije in maart de goudreserves verdrievoudigd. Ook Thailand en Zambia kochten goud bij. Voor de bullion banks is het een gemengd verhaal. Ook hun eigen fysieke goudreserves worden meer waard maar voor het gedeelte dat non-allocated is (papiergoud) moeten ze meer reserves voorzien (85%). Dit betekent dat het voor hun lastiger, en vooral duurder, wordt om zich te financieren en die hogere kost zullen ze vroeg of laat doorrekenen aan hun klanten (goudproducenten, juweliers en kleine en grote goudhandelaren) die productie en voorraden financieren.

    Het door sommigen verwachte opwaartse prijseffect bij de start van Basel III is er alvast niet gekomen. Daarvoor is het nog veel te vroeg; bovendien spelen er op korte termijn nog te veel andere elementen (inflatie- en renteverwachtingen, dollar, etc.). Een stijgende volatiliteit ligt wel in lijn met de verwachtingen.

    Read more »
Page
Kiyoh
89%
Argentor Essayeurs
Reviewed with a score of 8.9 / 10 based on 1259 reviews