De prijsstijging bij de edelmetalen die begin maart startte, zette zich aanvankelijk door tijdens de eerste helft van april. Deze beweging viel half april stil rond een goudprijs van 2.048 dollar waarna een korte periode van consolidatie volgde die goud weer onder de grens van 2.000 dollar liet terugvallen.

 

Na de verschillende monetaire vergaderingen van de eerste week van mei (VS, Europa en Australië) hernamen goud en zilver hun opwaartse trend. Op het moment van schrijven noteert goud op een zucht van het vorige (nominale) record dat in augustus 2020 werd neergezet. Ook de zilverprijs steeg naar het hoogste peil in meer dan een jaar. Indien we in het geval van goud dat prijsniveau aanpassen voor inflatie, dan komen we boven 2.400 dollar uit. Bij verrekening van vorige topkoersen, bijvoorbeeld uit 1980 (850 dollar) of 2011 (1.920 dollar) komen we op nog hogere cijfers uit. In reële termen is er van een historische top dus nog geen sprake.

 

Na iets meer dan vier maanden in 2023 noteert goud met een rendement van 12 procent in dollar en iets meer dan 8 procent in euro. Bij zilver is dat respectievelijk 8,5 en 4,5 procent. De goud/zilver ratio blijft de voorbije weken stabiel rond 79. Vanuit prijstechnisch standpunt blijft een belangrijk koopsignaal voorlopig achterwege. Een maandslot boven 2.000 dollar is twee maanden op rij net niet gelukt. Om van een technische doorbraak te kunnen spreken, moet de vorige nominale top van 2.080 dollar overtuigend worden doorbroken met een maandslot boven dit niveau.

 

De hogere prijzen voor edelmetalen gaan hand in hand met een waardevermindering van de dollar. Daarom ligt het rendement in euro (en de meeste andere valuta) ook lager. Dit is de omgekeerde situatie van een jaar eerder. De Amerikaanse munt wordt goedkoper omdat het hoogtepunt van het renteverschil met andere valutablokken achter de rug is. Uit de meest recente monetaire vergadering van de Federal Reserve onthouden we dat de voorbije rentestap wellicht voorlopig de laatste was. In Europa, waar de cyclus van renteverhogingen later startte, gaan de monetaire beleidsmakers nog even door.

 

Data van de voorbije 20 jaar tonen aan dat goud sterk presteert in de maanden en kwartalen nadat een rentecyclus is afgerond. Dit belooft dus veel goeds voor de komende periode. Of er nu ook snel renteverlagingen komen, is iets anders. Dit is wellicht niet het geval omdat de inflatie nog hoog is, tenzij uitzonderlijke marktomstandigheden daar om vragen. Die kans is niet zo groot, maar mag niet helemaal worden uitgesloten. 

 

Er zijn een aantal potentiële ‘triggers’ die voor een liquiditeitscrisis of zelfs in het slechtste geval een kredietcrisis kunnen zorgen. De voorbije 12 maanden zagen we veruit de meest agressieve rentecyclus van de voorbije vier decennia. Dit heeft sporen nagelaten op de markt van vastgoed, private equity maar ook op het niveau van de banken. Zo gaat de onrust rond de Amerikaanse depositobanken voorlopig niet weg en wanneer depositohouders massaal het vertrouwen zouden verliezen, kan er paniek ontstaan. Tel daarbij dat verschillende indicatoren wijzen op een verdere economische verzwakking en dat in de Verenigde Staten snel een oplossing moet komen om het schuldenplafond op te trekken. Intussen blijft ook de geopolitieke situatie uiterst onstabiel. Al met al een cocktail van elementen die voor onrust kunnen zorgen op de financiële markten.

 

De meeste beleggers hebben de weg naar goud nog steeds niet gevonden. Zo was er tussen april 2022 en maart van dit jaar een netto uitstroom uit goud-ETF’s. Daar is pas de voorbije weken verandering in gekomen. Ook op de termijnmarkten en bij de goudmijnaandelen is van koop-paniek nog lang geen sprake. Een toenemende risico-aversie kan beleggers mogelijks weer richting goud sturen. De centrale banken van hun kant zijn nooit gestopt met goud te kopen. Uit data van maart, de laatst beschikbare cijfers, blijkt dat onder meer Tsjechië, Singapore en India aan de koopzijde stonden.