Vanaf 30/08/2021 tot en met 30/11/2021 TIJDELIJKE PROMO op transportkosten! Vanaf €24.000 GRATIS LEVERING aan huis.

Terugkoop garantie

Scherpe en transparante prijs

Expert sinds 1987

Afhalen en leveren

Altijd discreet

Blog

  1. Goud na 50 jaar nog niet uitgeteld

    De klassieke media lieten de vijftigste verjaardag van het financiële en monetaire systeem, waar we met zijn allen in leven, nagenoeg geruisloos aan zich voorbij gaan. Toch is het voor investeerders belangrijk om wat historische kennis te hebben over dit onderwerp, dit om beter te begrijpen waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan.

    Na de Tweede Wereldoorlog werd het Bretton Woods-systeem opgezet. De naam verwijst naar het stadje in de Amerikaanse staat New Hampshire waar de overwinnaars een nieuwe monetaire architectuur moesten ontwerpen. Er werd gekozen voor een dollar-goudstandaard met de Amerikaanse munt als wereldreservemunt waarbij alle andere valuta een vaste wisselkoers zouden krijgen tegenover de dollar.

    Om de Amerikaanse munt betrouwbaar te maken, werd voor een (gedeeltelijke) gouddekking gekozen. De prijs van een troy ounce (31,10 gram) werd vastgelegd op 35 dollar en de Amerikaanse munt was voor centrale banken van buiten de Verenigde Staten inwisselbaar in goud. Vooral dit laatste is erg belangrijk. De Amerikanen konden deze belofte doen omdat ze op dat moment ongeveer twee derden van alle monetair goud in bezit hadden.

    Het Bretton Woods-systeem functioneerde tot de Verenigde Staten zwaar boven hun stand begonnen te leven. Onder meer de financiering van verschillende oorlogen kostte handenvol geld waardoor het aantal dollars in omloop steeg. De internationale koopkracht van de dollar daalde en een aantal centrale banken wisselden (een deel van) hun dollarreserves op in goud. Het gevolg was dat de Amerikaanse goudvoorraden snel slonken. Op 15 augustus 1971 zegde de toenmalige Amerikaanse president Nixon de convertibiliteit van de Amerikaanse dollar in goud eenzijdig op en dat was meteen ook het einde van Bretton Woods.

    In de plaats kwam een ‘fiat’ geldsysteem. Daarbij wordt de waarde van een munt bepaald door het vertrouwen in de centrale bank die het uitgeeft en een stabiele koopkracht moet garanderen. Centrale banken kunnen onbeperkt de geldhoeveelheid uitbreiden zonder dat daar een onderpand tegenover staat. Dit gebeurt om tekorten te financieren en de financiële markten te ondersteunen.

    Toch is de rol van goud nog lang niet uitgespeeld. Vrijwel alle centrale banken houden nog een deel van hun valutareserves aan in goud. dit aandeel wordt de voorbije jaren nog uitgebreid. Goud dient daarbij als tegengewicht voor de steeds verder groeiende schuldenberg.

    Lees meer »
  2. ‘Flash crash’ bij goud en zilver en het gevaar van hefboomproducten

    Na het rapport over de toestand op de Amerikaanse arbeidsmarkt begin augustus daalde de goudprijs van ongeveer 1.800 naar 1.750 dollar en zilver van 25 naar 24 dollar. Er kwamen in juli meer banen bij dan verwacht en het werkloosheidspercentage daalde sneller. Daardoor zetten de beursalgoritmes de dollar en de rente hoger en goud lager. Maar daarmee was de kous niet af.

    In de nacht van zondag 8 augustus op maandag 9 augustus volgde een ‘flash crash’ die goud naar 1.677 dollar en zilver naar minder dan 23 dollar liet crashen. Dit tijdstip valt samen met de opening van de markten in Azië. Tijdens het bewuste weekend bleven de markten in Singapore en Japan uitzonderlijk dicht. De liquiditeit was op dat moment dus erg dun, wat een ideaal moment is om een ‘short raid’ te organiseren. Een bepaalde marktpartij dumpte voor 4 miljard dollar aan termijncontracten in een lege markt. Daarbij sneuvelden belangrijke technische steunniveaus waardoor automatische verkooporders in werking traden en de daling nog versterkten.

    De ‘flash crash’ bij goud en zilver illustreert nog een ander risico in waar beleggers die met hefboomproducten op de prijsevolutie van edelmetalen speculeren mee te maken krijgen. Deze hefboomproducten worden door de uitgevende financiële instellingen onder verschillende merknamen in de markt gezet maar het principe is telkens hetzelfde. De onderliggende waarde is een termijncontract waarbij de uitgevende financiële instelling het grootste deel financiert en de belegger, die daarvoor uiteraard een rentevergoeding betaalt, de rest. Die beperkte inleg creëert een hefboomeffect, met als keerzijde van de medaille dat er meestal ook een stop-loss niveau is. Wanneer dat niveau wordt bereikt, zelfs al is het maar even, wordt de notering van het hefboomproduct opgeschort en blijft er nog slechts een minieme restwaarde over. Tijdens de flash crash waren alle hefboomproducten met een stop-loss boven 1.677 dollar dit lot beschoren, zelfs herstelde de prijs nadien heel snel.

    Met fysiek goud stelt dit probleem zich niet. Er is geen stop-loss niveau en bezitters van gouden munten of staven hoeven zich geen zorgen te maken over tussentijdse schommelingen. Na minder dan twee weken was het effect van de flash crash alweer grotendeels teniet gedaan. Net zomin als iemand dagelijks de marktwaarde van zijn huis of een schilderij checkt is het niet nodig om dit voor fysiek goud te doen. Alles hangt samen met de reden waarom iemand in goud investeerde en vooral op welke manier.

    De les die hier uit te trekken valt, is dat beleggers die voor fysiek goud kiezen als bescherming tegen het falende financiële systeem en niet als speculatieve belegging zich geen zorgen hoeven te maken. Papiergoud, onder welke vorm dan ook, verschilt in niets van andere onderliggende waarden en blijft dus risicovol. Het organiseren van flash crashes laat bepaalde marktpartijen toe om veel geld te verdienen. Om die reden zal het ook niet de laatste flash crash zijn. Wie zich al een keer verbrand heeft met hefboomproducten zal hopelijk niet geneigd zijn om dat een tweede keer toe te laten.

    Lees meer »
  3. Marktoverzicht augustus 2021

    Goud sloot augustus per saldo nagenoeg ongewijzigd af (+0,3%) maar dat betekent niet dat er de afgelopen maand geen vuurwerk was, wel integendeel. Het gele metaal herstelde verrassend snel van de ‘flash crash’ waarbij de bodem van maart werd getest. Na een driedubbele bodem op 1.675 dollar is de goudprijs intussen weer in de richting van een technisch weerstandsniveau geklommen.

    Bij zilver verliep het herstel iets minder vlot waardoor de maand werd afgesloten met een verlies van 5%. Ook de andere edelmetalen lieten het afweten met een verlies van 5,5% voor platina en zelfs 9% voor palladium. Deze metalen hebben vooral industriële toepassingen en corrigeerden mee met onder meer de prijzen van koper en ijzererts.

    Tegenover de start van 2021 is er bij goud een negatief rendement van 4% in dollar en -1,5% in euro. Zilver staat 9% in de min in dollar en 6,5% in euro. Daardoor is de goud/zilver ratio verder opgelopen naar 76 tegenover 71 een maand eerder. En was er zelfs een piek op 78, wat het hoogste peil sinds november vorig jaar was.

    De dollar zit de voorbije weken in een dalende trend terwijl de rente op de tienjaarse overheidsobligatie in de Verenigde Staten rond 1,3% blijft schommelen. Op korte termijn zal de monetaire politiek de prijsevolutie van de edelmetalen bepalen.

    Er is de voorbije maanden al veel gespeculeerd over het tempo waarmee de centrale banken hun obligatie-inkopen zullen afbouwen en de rente verhogen. Dit zal onder meer afhangen van de situatie op de arbeidsmarkt en de impact van de deltavariant van het coronavirus op de economische groei.

    Op de Jackson Hole meeting van centrale bankiers werd bevestigd dat er volop over een zogenaamde ‘tapering’ (uitdoofscenario) wordt nagedacht maar van een concrete timing is momenteel nog geen sprake. Te snelle renteverhogingen zouden het prille economisch herstel namelijk in de kiem kunnen smoren. Vooralsnog gaat de markt er van uit dat de hogere inflatie tijdelijk is.

    Mogelijks brengt de volgende beleidsvergadering van de Federal Reserve, die op 22 september plaats vindt, meer duidelijkheid.

    Lees meer »
  4. Van ruilhandel tot bankbiljet: de geschiedenis van goud en geld

    Van ruilhandel tot bankbiljet: de geschiedenis van goud en geld

    Goud bekleedde doorheen de geschiedenis verschillende functies. Als machtssymbool, religieus, esthetisch, en vooral financieel gereedschap. Die rol hangt zeer sterk samen met die van het geld. Maar hoe in goudsnaam is het zo tot stand gekomen?

    Aangezien ze in het oude Egypte niet met euro’s betaalden, is er veel te ontdekken tussen toen en nu. Lees mee.

    Het kleine broertje van het moderne geld: ruilhandel

    Hoe koop je een brood wanneer je geen geld op zak hebt? ‘Onmogelijk’, denk je? Aan de start van de menselijke beschaving zag niemand hier echter graten in. Geld bestond nog niet: je ruilde. Met de appels die je in de ochtend plukte bijvoorbeeld. Of met welk voorwerp dan ook. Zolang de huidige eigenaar van dat brood er nut of waarde in zag, had je een deal.

    De eerste vorm van handel - ruilhandel - was daardoor zeer subjectief. Want een appel is meer waard voor een Inuit in Groenland, dan voor de inwoners van de Haspengouw. Al snel kwam de nood opzetten voor een intermediair betaalmiddel. Een voorwerp waarmee je aankopen deed dat overal evenveel waard was.

    Het China van 1300 voor Christus vond hier wat op: schelpengeld. Schelpen hadden geen enkel praktisch nut, ze dienden louter als tussenstap. De eerste vorm van geld zag het daglicht en werd algemeen geaccepteerd als betaalmiddel. Schelpengeld hield uiteindelijk meer dan 3000 jaar stand; zelfs vandaag kan je er nog steeds een boeket papieren bloemen mee kopen op het strand van Blankenberge.

    Kauri schelpen die meer dan 3000 jaar dienst deden als betaalmiddel.Kauri schelpen die meer dan 3000 jaar dienst deden als betaalmiddel.

    Munt slaan uit goud

    Geld slaagt pas in zijn opzet, wanneer het voldoet aan enkele voorwaarden. Een betaalmiddel moet daarom de volgende checklist doorstaan:

    • Het is een schaars goed. Hoe meer ervan in de omgang, hoe minder het voorwerp waard is.
    • Draagbaar & niet vergankelijk. Zouden we beslissen om ‘koeien’ als geld te hanteren, zou het een hele klus zijn je portemonnee overal mee te dragen. Bovendien ben je bankroet wanneer jouw koe sterft.
    • Gestandaardiseerd en deelbaar. Je moet geld kunnen splitsen en onderling wisselen: hoe ontvang je anders je wisselgeld bij de bakker?
    • Het voorwerp mag niet na te maken zijn. 
    • De overheid erkent het als een wettig betaalmiddel.

    Het eerste geld dat aan al deze voorwaarden voldeed verscheen op het wereldtoneel rond 560 voor Christus. Het waren de Lydiërs - het huidige Turkije - die voor het eerst pure gouden en zilveren munten uitbrachten.

    De eerste gouden munt uit de geschiedenis.

    Papiergeld komt op de proppen

    Een probleem diende zich aan. Handelaars groeiden en maakten steeds grotere deals. Daardoor zag je steeds vaker grote goudtransporten. Een risicovolle evolutie waar struikrovers en piraten hun vingers bij aflikten. 

    Het was - opnieuw - China dat met de oplossing kwam. Handelaars brachten hun goud en zilver onder bi - speciaal daarvoor opgerichte - corporaties: de eerste banken. Handelaars wisselden hun goud en zilver om tegen ontvangstbiljetten. Die bleven daarna in de economie circuleren als betaalmiddel.

    Na verloop van tijd gaven banken meer bankbiljetten uit dan dat ze aan goud en zilver in bewaring hadden. Een concept dat fractioneel bankieren heet. Door meer geld in de omgang te brengen - er is namelijk maar een beperkte hoeveelheid goud - zal de economie & handel floreren.

    Hier startte de haat-liefderelatie van de mens met papiergeld. Doordat de creatie ervan nagenoeg onbeperkt was (en nog steeds is), kon er overproductie plaatsvinden. Van zodra er teveel geld in omloop kwam, verloor het dan ook zijn waarde. Telkens dat gebeurde, was het de natuurlijke reactie van de mens om massaal opnieuw geld om te wisselen naar goud. Want goud is goud, en dat verloor zijn waarde niet.

    De ontvangstbiljetten uit het China van 600 na Christus

    Next stop: Fiatgeld

    Nee, je koopt er geen tweederangs Italiaanse auto mee. Het omschrijft een versnelling in het monetaire landschap: een nieuwe manier om geld waarde te geven. Aangezien elke vroege vorm van papiergeld eindigde in een fiasco, bedachten overheden een oplossing. Die kwam in de vorm van fiatgeld. Vertaal het Latijnse woord ‘Fiat’ en je krijgt: ‘het weze zo’.

    Het concept was simpel: de overheid besliste dat geld waarde had en dwong de aanvaarding ervan af. Geld werd niet langer gewaarborgd door een hard activa als goud of zilver. In de plaats daarvan kreeg je de integriteit van de overheid als achterliggende waarborg. Die ging namaak tegen en besliste hoeveel geld er in omloop kwam. 

    Zo werd de overheid verantwoordelijk voor de instandhouding van de waarde van het geld. Of ze daar doorheen de geschiedenis ook effectief in zouden slagen, is een andere zaak. Denk maar aan oorlogssituaties of grote crisissen waar snelle geldcreatie een kortetermijnoplossing kon bieden: met een uiteindelijke inflatie tot gevolg.

    Fiatgeld: deze dollar is iets waard, omdat de overheid het zo beslist.

    De gouden les die we hieruit trekken

    De Griekse drachme , Nederlandse gulden , Duitse mark en Belgische frank ... Het lijstje munteenheden doorheen de geschiedenis is lang, maar hebben allen één gemeenschappelijke factor. Ze dienen als tussenstop, een betaalmiddel om koopkracht te bewaren. Geld dient niet om te sparen. 

    Voltaire wist in de 18e eeuw al te vertellen dat met de geringste inflatie, de waarde van papiergeld onvermijdelijk evolueert naar nul. Wanneer je vandaag al je geld op een spaarrekening zet, is de rentevoet kleiner dan de inflatie. Zo verliest jouw geld op lange termijn zijn waarde.

    Goud blijkt een betere vorm van waardeopslag te zijn. Het is gewapend tegen inflatie en doorstond de tand des tijds.

    Lees meer »
  5. Nassim Taleb (auteur The Black Swan) ziet in bitcoin geen concurrent voor goud

    Nassim Nicholas Taleb zal voor de meeste investeerders geen onbekende zijn. De professor is aan de universiteit van New York gespecialiseerd in risico-analyse en kwantitatieve modellen maar is vooral bekend als de auteur van de bestseller ‘The Black Swan’. Daarin beschrijft hij het risico op een ‘tail risk event’ of een gebeurtenis die niemand verwacht en de impact daarvan op de financiële markten.

    Aanvankelijk stond Taleb positief tegenover de evoluties in de markt van cryptovaluta. De auteur en professor schreef in 2018 zelfs het voorwoord van het boek ‘The Bitcoin Standard’ waarin werd geponeerd dat cryptovaluta op termijn de fakkel van fiat geld (door een centrale overheid uitgegeven en gecontroleerd) zouden overnemen. Taleb zag cryptovaluta aanvankelijk als een manier om zich aan de overheidscontrole op geld te onttrekken. Het idee dat burgers er in bepaalde landen met autoritaire regimes kapitaalcontroles kunnen omzeilen, klonk erg aanlokkelijk. In een recente paper met als titel ‘Bitcoin, Currencies, and Fragility’ stapt hij nu van dit positivisme af.

    Taleb is van mening veranderd omdat bitcoin en andere cryptovaluta niet brengen wat hij ervan verwachtte. Dat werd vooral duidelijk tijdens de Covid-crisis op de financiële markten. De professor is er nog steeds van overtuigd dat er naast de door de overheden gecontroleerde valuta minstens 1 gedecentraliseerde munt of waarde-opslagmiddel moet bestaan. Deze munt moet wel aan een paar voorwaarden voldoen op het vlak van bescherming tegen inflatie en bescherming tegen het systeemrisico. Bitcoin en andere crypto’s zijn op beide criteria door de mand gevallen.

    In de financiële wereld verwarren velen het succes van bitcoin als digitale munt met het succes ervan als speculatieve investering. Taleb wijst er op dat dit 2 totaal verschillende dingen zijn. De extreme volatiliteit - die crypto’s speculatief interessant maakt - is tegelijk een groot nadeel omdat het die munten zowel als betaalmiddel als waarde-opslag onbruikbaar maakt. In maart 2020, tijdens het hoogtepunt van de coronapandemie, vielen de koersen van bitcoin en andere crypto’s zelfs harder terug dan de aandelenmarkten.

    Pas na een massieve liquiditeitsinjectie kwamen de crypto’s en beurzen er weer bovenop. Dat is volgens Taleb een bewijs dat cryptovaluta ongeschikt is om zich tegen systeemrisico’s in te dekken. De professor vraagt zich in zijn paper eveneens af wat de impact van een grootschalige stroomonderbreking of internetpanne zou zijn op de waarde van cryptovaluta.

    Deze problemen zijn bij fysiek goud niet aan de orde. Tijdens de Covid-crisis daalde de goudprijs aanvankelijk ook maar veel minder dan de aandelenkoersen en de crytovaluta. Fysiek goud is verder ook onderhoudsvrij en heeft geen technische ondersteuning nodig. Taleb besluit daarom dat crypto’s geen concurrentie zijn voor goud wat betreft indekking tegen een falen van het financiële systeem.

    Lees meer »
  6. Goud scoort beter dan bitcoin op ESG-schaal

    De World Gold Council berichtte begin juli over een onderzoek bij 500 institutionele investeerders. Die werden bevraagd naar de samenstelling van hun huidige portefeuille en dan meer bepaald de allocaties over de verschillende activaklassen.

    Ongeveer 1 op 5 institutionele portefeuilles bevat goud en bij die goudbezitters maakt het gele metaal gemiddeld 4% van de portefeuille uit. Van de groep die goud bezit geeft 40% aan dat ze die goudpositie de komende 3 jaar wil uitbreiden. Opvallend is ook dat bijna de helft van de institutionele beleggers die momenteel geen goud bezitten aangeven dit de komende 3 jaar wel te willen doen.

    Er is echter een belangrijke kanttekening: institutionelen laten zich in hun investeringsbeslissingen steeds meer leiden door zogenaamde ESG-criteria (Environmental, Social en corporate Governance). Dit is voor een groot deel noodgedwongen, onder druk van aandeelhouders of overheden die daaromtrent regels opleggen. Fondsbeheerders worden geacht om zaken als duurzaamheid en maatschappelijke impact van een actief waarin ze willen investeren te meten. Zo hebben verschillende zogenaamde sovereign wealth funds (investeringsfondsen van een bepaald land) hun investeringen in fossiele brandstoffen afgebouwd of zelfs tot nul gereduceerd.

    Daarom is het interessant om ook bij activa als goud en bitcoin de ESG-impact in het achterhoofd te houden. Het is intussen al lang geen geheim meer dat crypto-valuta erg energie-intensief zijn. Digitale munten zijn dan misschien niet tastbaar en vluchtig, de energieconsumptie ervan is wel reëel. Het ‘mijnen’ van bitcoin en het verifiëren van de transacties vergt heel wat rekenkracht van energieverslindende computers.

    Sinds kort hebben we ook een indicatie van hoe hoog dit verbruik precies is. Banc of America zette samen met Forbes en een onafhankelijk onderzoeksbureau een aantal cijfers op een rijtje. Zo vergt het 17 megajoule (MJ) aan energie om voor 1 dollar aan bitcoin te genereren. Om voor 1 dollar goud te mijnen is slechts 5 MJ nodig. Op het vlak van CO2-uitstoot scoort bitcoin nog een stuk slechter. Bij het mijnen van 1 bitcoin komt 191 ton CO2 vrij. Om eenzelfde waarde aan goud te ontginnen, wordt slechts 13 ton CO2 uitgestoten wat bijna 15 keer minder is. Het mijnen van 1 bitcoin komt op het vlak van CO2 uitstoot overeen met een wagen die 2 miljoen kilometer aflegt.

    Omwille van die extreem hoge energieconsumptie en hebben verschillende investeerders hun openlijke steun aan bitcoin intussen opgezegd. De totale marktwaarde van alle bovengronds goud (geschat op 197 000 ton) bedraagt momenteel 11,6 miljoen dollar. Dat is 20 keer meer dan de marktwaarde van bitcoin (600 miljard dollar). Dit cijfer is wel extreem volatiel want nauwelijks enkele maanden terug noteerde bitcoin twee keer zo hoog.

    Lees meer »
  7. Marktoverzicht juli 2021

    Met een winst van bijna 3% in juli maakte de goudprijs slechts een deel van het verlies van een maand eerder goed. Toen werd het gele metaal 7% goedkoper, meteen de slechtste prestatie sinds november 2016.

    Toch was goud het enige edelmetaal dat vorige maand hoger afsloot. Zowel zilver (-2,5%), platina (-2%) als palladium (-4%) werden goedkoper. Sinds de start van 2021 bedraagt het rendement nu -4,2%. In euro is dit -2% omdat de dollar in die periode meer waard werd. Goud noteert nu 13% onder de nominale recordkoers van augustus vorig jaar. Zilver staat sinds begin dit jaar op een negatief rendement van 3% in dollar en -1% in euro. Door de underperformance van zilver vorige maand is de goud/zilver ratio opgelopen naar 71 tegenover 68 een maand eerder.

    Fundamenteel is er de voorbije weken weinig veranderd. De inflatiecijfers bevestigen nog steeds de oplopende prijstrend. Volgens centrale bankiers is die van tijdelijke aard maar er zijn ook steeds meer dissidente stemmen. Zowel de Federal Reserve als de Europese Centrale Bank hebben geen haast om de rente te verhogen. De Amerikaanse Fed streeft naast prijsstabiliteit ook naar maximale tewerkstelling maar de arbeidsmarkt is nog lang niet hersteld van de coronapandemie. Vandaar dat de inkoop van obligaties (maandelijks 120 miljard dollar) voorlopig behouden blijft terwijl een renteverhoging nog niet onmiddellijk in de kaarten zit.

    De rente op de 10-jaarse Amerikaanse overheidsobligatie blijft intussen maar dalen en bedraagt nog slechts 1,23%, ver onder de top van maart (1,75%). Dit is geen teken van veel vertrouwen in een sterke economie en ondermijnt ook de waarde van de dollar. De World Gold Council (WGC) liet in haar Gold Demand Trends Report weten dat de globale vraag naar gouden munten en staven in het tweede kwartaal met meer dan de helft (56%) is toegenomen tegenover dezelfde periode vorig jaar. Over de volledige eerste jaarheft werden 594 ton gouden munten en staven verkocht, de grootste hoeveelheid sinds de eerste helft van 2013.

    Er was tussen januari en juni wel een uitstroom van 129,3 ton uit ETF’s, al was het cijfer van het tweede kwartaal wel weer positief. De centrale banken, waaronder die van Brazilië, Thailand en Hongarije, kochten in het tweede kwartaal 200 ton goud, ruim drie keer zoveel als een jaar eerder.

    Lees meer »
  8. Basel III: voorlopig weinig impact op de goudmarkt

    Op 28 juni werden de Basel III-normen van kracht in Europa. Het Verenigd Koninkrijk, dat met de London Bullion Market Association (LBMA) het internationale clearing house voor fysieke goudtransacties huisvest, volgt pas volgend jaar.

    Wat goud betreft, wordt onder Basel III een onderscheid gemaakt tussen toegewezen (allocated) en niet-toegewezen (unallocated) goud. Fysiek goud in eigen bezit is toegewezen, een papieren belofte van goudbezit (zoals een termijncontract) is dat niet.

    Voortaan krijgt allocated goud een ‘Tier 1’ status wat betekent dat het voor 100% meetelt als reserve-actief (net als bijvoorbeeld liquiditeiten). Aan allocated goud wordt dus geen risico toegekend. Voorheen (Basel II en eerder) hadden zowel allocated als unallocated goud een ‘Tier 3’ status en telden ze beiden voor de helft als reserve mee. Op korte termijn is dat vooral van belang voor de centrale banken en de ‘bullion banks’ die fysiek goud verhandelen. Voor gewone commerciële banken zonder link met goud verandert er niets.

    De goudreserves van centrale banken worden dus in één klap twee keer meer waard. In theorie wordt fysiek goud nu aantrekkelijker voor de centrale banken. In anticipatie heeft Hongarije in maart de goudreserves verdrievoudigd. Ook Thailand en Zambia kochten goud bij. Voor de bullion banks is het een gemengd verhaal. Ook hun eigen fysieke goudreserves worden meer waard maar voor het gedeelte dat non-allocated is (papiergoud) moeten ze meer reserves voorzien (85%). Dit betekent dat het voor hun lastiger, en vooral duurder, wordt om zich te financieren en die hogere kost zullen ze vroeg of laat doorrekenen aan hun klanten (goudproducenten, juweliers en kleine en grote goudhandelaren) die productie en voorraden financieren.

    Het door sommigen verwachte opwaartse prijseffect bij de start van Basel III is er alvast niet gekomen. Daarvoor is het nog veel te vroeg; bovendien spelen er op korte termijn nog te veel andere elementen (inflatie- en renteverwachtingen, dollar, etc.). Een stijgende volatiliteit ligt wel in lijn met de verwachtingen.

    Lees meer »
  9. Macron pleit voor goudverkopen

    Sinds de uitbraak van de coronacrisis zijn de balansen van de toonaangevende centrale banken bijna in omvang verdubbeld. Omgerekend in dollar ging het vorige maand om 7,9 miljard bij de Federal Reserve en 9,3 miljard dollar (7,9 miljard euro) voor de ECB. Tegelijk lopen ook de begrotingstekorten wereldwijd sterk op na de vele steunmaatregelen van de overheden terwijl er minder belastinginkomsten zijn.

    Toch is deze monetaire en fiscale steun blijkbaar nog niet voldoende want eerder dit jaar besliste het IMF om voor 650 miljard dollar aan Speciale Trekkings Rechten (SDR) uit te geven. SDR is een reservemunt die enkel centrale banken in nationale valuta kunnen omzetten. Van die 650 miljard dollar aan extra steun zou 34 miljard dollar aan Afrika worden voorbehouden.

    Te weinig, volgens de Franse president Macron, die op de recente top van de G7 een lans brak voor 100 miljard dollar extra steun via SDR’s. De G7 bestaat uit Canada, Frankrijk, Italië, Duitsland, Japan, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten & de Europese Unie. Het geld zou moeten komen van de G7-leden via de verkoop van een deel van hun goudvoorraad. De Franse centrale bank bezit zelf naar schatting 2 436 ton goud.

    Dit voorstel is op zijn minst bizar te noemen; bij de monetaire en fiscale steun komt het blijkbaar niet op enkele tientallen miljarden want de respectievelijke overheden gaan gewoon door met hun gulle politiek. Waarom moet er dan nu ineens goud worden verkocht?

    Het track record van centrale banken die goud verkopen oogt niet bepaald goed. Zo verkocht de toenmalige Britse Minister van Financiën Gordon Brown in 1999 een deel van de goudvoorraad tegen een absolute bodemprijs. Deze staat ruim 20 jaar later nog steeds als ‘the Brown bottom’ bekend. Ook de Canadese centrale bank verkocht in 2016 goud net voor een grote opwaartse beweging.

    Het IMF zelf bezit 2 815 ton goud en die hoeveelheid is sinds begin 2011 constant. In het verleden deed de instelling verschillende transacties maar de timing was achteraf gezien niet zo goed gekozen. Zo verkocht het IMF tussen oktober 2009 en eind 2010 403,3 ton goud. Het grootse deel daarvan werd door China en India gekocht. Aan het begin van de verkoopperiode noteerde goud nog onder de grens van 1 000 dollar maar op het einde was de goudprijs al opgelopen naar 1 350 dollar.

    Het voorstel van Macron viel alvast bij de Duitsers op een koude steen en ook bij de andere centrale banken lijkt er weinig animo voor een verkoop. De kans lijkt dan ook klein dat de Franse president zijn slag thuis zal halen.

    Lees meer »
  10. Marktoverzicht juni 2021

    Met een prijsdaling van meer dan 7% was juni de slechtste maand voor goud sinds november 2016. Deze prestatie staat in schril contrast met die van een maand eerder, toen goud 8% duurder werd.

    Begin juni noteerde goud nog op het hoogste niveau in 5 maanden maar door de barslechte juni-maand bedraagt het rendement sinds de start van 2021 nu -6,6%. In euro is de schade iets minder groot maar toch is er nog steeds een verlies van 4,4%.

    Zilver ging mee onderuit met goud waardoor het rendement sinds begin januari nu -0,8% bedraagt in dollar en +1,5% in euro. De goud/zilver ratio wijzigde in de loop van de maand nagenoeg niet en bleef in juni per saldo stabiel op 68. Merk op dat van alle edelmetalen sinds begin dit jaar enkel palladium een positief rendement weet voor te leggen (+13,6%). Net als goud en zilver dook ook platina in het rood.

    De aanleiding van de nieuwe uitverkoop lag bij de Federal Reserve die sneller dan verwacht renteverhogingen in het vooruitzicht stelde. Tot de meeting van 16 juni gingen de Amerikaanse centrale bankiers er nog van uit dat de inflatie een tijdelijk fenomeen was. Maar de opeenvolgende stijgingen van de producenten- en consumentenprijzen deed hen het geweer van schouder veranderen. De index van de consumentenprijzen (cpi) klom vorige maand met 5% of de grootste toename sinds 2008.

    De Fed ziet nu voor het einde van 2023 al een mogelijkheid voor 2 renteverhogingen. Toch worden de obligatie-inkopen tegen een tempo van 120 miljard dollar per maand gewoon verder gezet. Dit is een indicatie dat het vertrouwen bij de centrale bankiers in de economische heropleving toch niet zo groot is.

    De evolutie van de langetermijnrente laat zien dat ook de kapitaalmarkten hun twijfels hebben bij het economische groeiverhaal. Ondanks de uitspraken van de Federal Reserve en de inflatie-opstoot komt de langetermijnrente nauwelijks van zijn plaats. Het rendement op de 10-jaarse Amerikaanse overheidsobligatie blijft rond 1,5% schommelen, ver onder de top van eind maart.

    Van de 3 elementen die de edelmetaalprijzen ondersteunden, blijven er nog steeds 2 over. De inflatie loopt op en de langetermijnrente is nog steeds laag. Dit betekent dat de reële rente, de enige maatstaf voor uw koopkracht, negatief blijft. Enkel de dollar werkt (voorlopig) niet meer mee.  Het vooruitzicht op renteverhogingen (binnen 2 jaar) liet de Amerikaanse munt opveren. Toch noteert het euro/dollar valutapaar nog hoger dan 3 maanden geleden

    Lees meer »
Kiyoh
89%
Argentor Essayeurs
Beoordeeld met een score van 8.9 / 10 gebaseerd op 1258 reviews