Bij financieel onheil wordt vaak verwezen naar de omgekeerde piramide van Exter, genoemd naar de gelijknamige Amerikaanse econoom uit de vorige eeuw. Het idee achter de piramide is dat de meest risicovolle activa bovenaan staan en de minst risicovolle onderaan. Vandaar dat het dus een omgekeerde piramide is met een smalle basis en een brede top.

 

Bij financieel onheil, zoals bijvoorbeeld de globale financiële crisis van 2007-2008 en, meer recent nog, de bankencrisis zijn de financiële verliezen het grootst bovenaan de piramide. Daar staan activa als derivaten, vastgoed en private equity en de omvang (in nominale dollars) is ook het grootst. Verder naar beneden op de piramide staan aandelen, overheidsobligaties, cash en helemaal onderaan goud en zilver. 

 

De oplopende rente had tot gevolg dat de obligatieportefeuille van verschillende banken snel minder waard werd. Dit is op zich geen probleem zolang deze niet gedwongen verkocht moeten worden. Er ontstaat wel een probleem wanneer die obligaties dienen als onderpand voor deposito’s en deze door de klanten massaal worden opgevraagd. Dit is exact wat er gebeurde bij de probleembanken. In de Verenigde Staten stelde de federale overheid zich garant voor de deposito’s en in Europa kreeg het Zwitserse UBS grote waarborgen van de Zwitserse Nationale Bank (SNB) bij de veelbesproken redding van Crédit Suisse.

 

Spaarders en depositohouders leggen het lot van hun bezittingen in de hand van de bank aan wie ze het toevertrouwen. Vanaf het moment dat een bank over uw geld beschikt, is het strikt gezien uw geld niet meer maar een post op de passiefzijde van de balans van de bank. Obligatiehouders zijn dan weer afhankelijk van de kredietwaardigheid en solvabiliteit van de uitgevende overheid of het uitgevende bedrijf en aandeelhouders leggen hun lot in handen van een management. 

 

Om een actief te vinden dat helemaal risicovrij is, moeten we tot helemaal onderaan de piramide van Exter afdalen. Aan fysiek goud is geen enkel kredietrisico verbonden om de eenvoudige reden dat er geen financiële tegenpartij is. Goud is met andere woorden een actief dat autonoom waarde heeft.  Elke goudbezitter weet dit natuurlijk al lang, maar toch wordt dit voordeel zelden echt naar waarde geschat. 

 

Het financiële systeem is inherent instabiel. Die instabiliteit is vaak geen probleem en het gaat maar zelden mis met andere activa waar er wél een tegenpartijrisico is. Wanneer het dan toch mis gaat, wordt het meestal opgevangen door centrale bankiers en overheden. Tot de dag dat zij ook het niet rechtgetrokken krijgen, want in elke crisis zijn er slachtoffers. En dan wordt het interessant om weer eens te kijken naar die activa zonder tegenpartijrisico zoals fysiek goud en zilver in eigen beheer.