Centraal bankiers kijken vooral naar de evolutie van de inflatie om hun rentepolitiek te bepalen. Voor de Federal Reserve, die een dubbel mandaat heeft, is ook werkgelegenheid een belangrijk criterium bij het tot stand komen van rente-beslissingen. Op 1 november werd voor de tweede keer op rij de rente ongewijzigd gelaten. Voorzitter Powell verklaarde eerder al dat de stijgende langetermijnrente een deel van het werk deed wat inflatiebestrijding betreft. Daarbij komt nu dat ook de arbeidsmarkt duidelijk afkoelt. In oktober kwamen er minder banen bij dan verwacht en het cijfer van september werd neerwaarts herzien. Ook aan de kant van de lonen blijft de inflatie binnen de perken.
Deze combinatie maakt dat de markt haar verwachtingen voor bijkomende renteverhogingen fors heeft teruggeschroefd. Volgens de CME FedWatch Tool gaat bijna 91% uit van een ongewijzigde rente bij de laatste monetaire vergadering van het jaar die op 13 december plaatsvond. Minder dan 10% verwacht een rentestap met 25 basispunten. Daarmee zou na bijna 2 jaar een einde komen aan de meest agressieve reeks renteverhogingen en monetaire verstrengingen ooit. Ongeveer een kwart verwacht al een eerste renteverhoging in maart 2024. Dat is nog niet het consensus scenario. Pas vanaf juni volgend jaar is er een meerderheid die uitgaat van een rente onder het huidige niveau.
Toch gooide Federal Reserve voorzitter Powell al olie op het vuur door te zeggen dat bijkomende rentestappen niet uitgesloten zijn wanneer de inflatie niet snel genoeg zou dalen. Dat gevaar lijkt niet zo groot nu ook de olieprijzen flink dalen en steeds meer economische indicatoren wijzen in de richting van een groeivertraging de komende kwartalen. Een dalende nominale en ook reële rente kunnen in de kaart spelen van goud.
Bron: CME FedWatch Tool