Vanaf de Tweede Wereldoorlog kozen de meeste westerse centrale banken ervoor om hun goudvoorraden in de Verenigde Staten op te slaan. Dit was een logische keuze, want onder het Bretton Woods systeem waren de dollar en goud aan elkaar gekoppeld. Frankrijk was het eerste land dat onder leiding van Charles de Gaulle het Franse goud weer naar het thuisland repatrieerde.
De voorbije decennia volgden meer landen het Franse voorbeeld. Duitsland is na de VS de grootste goudbezitter met 3352 ton. Tussen 2013 en 2017 haalden de Duitsers 300 ton goud terug dat opgeslagen lag in de VS en 374 ton uit Frankrijk. Deze operatie kostte 7 miljoen euro. Het goud dat uit de VS kwam, was intussen hersmolten in nieuwe baren. Momenteel ligt iets meer dan de helft van het Duitse goud opgeslagen in Frankfurt en 37% in New York.
De recente streken van de Amerikaanse president Trump op economische en militair vlak doen bij veel westerse beleidsmakers de vraag rijzen in hoeverre de VS nog als een betrouwbare partner kan worden beschouwd. Daarbij is het gebrek aan transparantie over het goud dat in de VS ligt opgeslagen een doorn in het oog. Steeds meer landen dringen er daarom op aan om hun goudvoorraad niet alleen juridisch maar ook fysiek in eigen beheer te houden.
In Duitsland stelden verschillende politieke partijen voor om ook de resterende goudvoorraad die in de VS ligt opgeslagen terug te halen. In Italië gaan er stemmen op om hetzelfde te doen. Met 2452 ton is Italië na de VS en Duitsland de derde grootste goudbezitter. Ongeveer 47% van het Italiaanse goud bevindt zich nog in Amerikaanse kluizen.
Tekst: Koen Lauwers