Na een eerder zwakke jaarstart, waarbij de goudprijs half februari weer onder de grens van 2.000 dollar dook, is het sentiment in enkele weken helemaal gekeerd. De centraal bankiers spreken nog steeds stoere taal rond het niet snel verlagen van de beleidsrente, maar de markt hecht steeds minder geloof aan dit verhaal. Het is dan ook geen factor meer die goud (en andere activa) belet om verder te stijgen.

De Federal Reserve komt volgende week (20 maart) samen maar een renteverlaging zit nog niet in de kaarten. Op basis van de CME FedWatch tool verwacht 97% een status quo. Ook voor de daaropvolgende vergadering van 1 mei gaat nog 68% uit van een gelijkblijvende rente. Het is pas bij de Fed-meeting van 12 juni dat een meerderheid van 71% een eerste renteverlaging verwacht. 

Kern van het renteverhaal is dat de daling weliswaar niet zo snel zal verlopen als eind vorig jaar werd verwacht, maar dat deze er op korte termijn toch zal komen. Hoe langer de rente hoog blijft, hoe groter het risico dat er marktpartijen die uitstaande leningen moeten (her)financieren in de problemen komen. Zo is er in de Verenigde Staten een groot probleem met spelers in commercieel vastgoed die hun leningen niet meer kunnen aflossen. 

Daardoor dreigen banken met een grote blootstelling aan het segment van commercieel vastgoed meegesleurd te worden.  Met New York Community Bancorp (NYCB) is vorige week al een eerste slachtoffer gevallen. De bank moest een liquiditeitsinjectie van 1 miljard dollar krijgen om een faillissement te vermijden. Een jaar geleden vielen ook verschillende banken om  (o.a. de Silicon Valley Bank) waarna de Federal Reserve een nieuw steunprogramma op poten moest zetten (Bank Term Funding Program of BTFP).  

Het is dus wachten op signalen dat de inflatie afneemt. Het arbeidsmarktrapport van februari was al een stap in de goede richting. Er kwamen weliswaar meer jobs bij maar het cijfer van januari werd neerwaarts bijgesteld en ook het werkloosheidspercentage klom door een lagere participatie. Belangrijkste vaststelling van het rapport was dat de loonstijgingen binnen de perken bleven want die waren de grootste aanjagers van de inflatie. De index van de consumentenprijzen (CPI) lag in februari 0,1% hoger dan verwacht maar deze afwijking was niet van die aard om grote gevolgen te hebben. 

Na iets meer dan 10 weken in 2023 staat goud op een rendement van 6% in dollar en 7% in euro. Bij zilver blijft de prijsstijging beperkt tot respectievelijk 2% en 3%. De goud/zilver ratio blijft met 89% historisch aan de hoge kant. De andere edelmetalen platina en palladium staan sinds begin 2024 meer dan 6% in de min. 

Er is in de markt  nog steeds veel scepticisme rond de recente klim van de goudprijs. Deze ‘wall of worry’ is een goede zaak en behoedt goud voor overdreven optimisme. Zolang de ETF-stromen in goud negatief blijven, kan er van enige overdrijving geen sprake zijn. Dit neemt niet weg dat op korte termijn een consolidatie of lichte terugval wel waarschijnlijk is. Om van een technische doorbraak te kunnen spreken, is een maandslot boven de vorige top (2.070 dollar) een noodzaak. Bij zilver is er nog (veel) meer werk aan de winkel voor het tot een uitbraak komt. Eerst moeten de weerstanden van 27 en 30 dollar worden gerond en dan is er nog een lange weg naar de top van 50 dollar.