De goudprijs staat de voorbije weken onder druk door de combinatie van oplopende rentevoeten en een aantrekkende dollar.  

 

Na de eerste jaarhelft blijft het rendement steken op +5% in dollar en +3% in euro. Dit is nog steeds positief, maar goud noteert wel 8% onder de top van mei. In andere valuta, die meer in waarde verloren tegenover de dollar, ligt het rendement hoger. Dat is onder meer het geval in de Chinese yuan (+10%) en de Japanse yen (+14%). Bij zilver prijkt er na het eerste semester wel een negatief rendement op de prijstabellen. Dat bedraagt -5% in dollar en -7% in euro.  

 

De grens van 1.900 dollar is op korte termijn een technisch steunniveau voor goud. Wanneer dit niet stand houdt, is een verdere daling richting 1.850 dollar waarschijnlijk. Een nieuwe aanval op de nominale piek van augustus 2020 lijkt momenteel ver weg, al kan het heel snel gaan op de goudmarkt. Zo steeg de prijs tussen november en mei met 460 dollar. Van die beweging is intussen bijna 40% ongedaan gemaakt. Toch staat de goudprijs nog 10% hoger dan 12 maanden geleden. 

 

De edelmetaalprijzen staan onder druk door de hardnekkig hoge inflatie, die de markt al een aantal keer op het verkeerde been heeft gezet. Na een initiële daling van de inflatie ging de markt uit van snelle renteverlagingen maar die kwamen er niet, wel integendeel. 

 

De daling van de inflatie sinds de top van vorig jaar is tot nog toe vooral te danken aan de lagere energieprijzen. De kerninflatie laat een ander beeld zien, want die daalt tergend traag. Dit fenomeen zien we zowel in de Verenigde Staten als in Europa. In de VS gebruikt de Federal Reserve de zogenaamde Personal Consumption Expenditure of PCE-index als maatstaf. Die klom vorige maand met 4,6% op jaarbasis en dit is nog steeds veel te hoog want de officiële inflatiedoelstelling bedraagt slechts 2% en daarvan zijn we nog ver verwijderd. 

 

Daardoor moeten de centrale banken, willen ze hun geloofwaardigheid behouden, de rente blijven verhogen. De markt heeft zich aan deze hogere inflatie aangepast door de prognose voor de renteverlagingen door te schuiven naar mei 2024. Eerder dit jaar was de consensusverwachting dat de meeste centrale banken al in de tweede helft van dit jaar de rente zouden verlagen. Maar de Federal Reserve, en in mindere mate ook de ECB, blijven stoere taal spreken en kondigden al extra renteverhogingen aan.  

 

Op basis van de CME FedWatch Tool verwacht nog maar 11% dat de Federal Reserve op 26 juli de rente ongewijzigd zal laten. Niet minder dan 89% gaat uit van een verhoging met 25 basispunten (0,25%). In augustus is er geen monetaire vergadering maar tijdens de bijeenkomsten van 20 september, 1 november en 13 december is de consensus dat de rente nog minstens één keer zal worden verhoogd. Ook de ECB plant nog minstens één renteverhoging.  

 

Dat, met de aanhoudende rentestijgingen, het risico op ‘ongelukken’ in het financiële systeem toeneemt, moeten de centrale bankiers er dan maar bij nemen. Een hoge rente zet druk op de leen- en herfinancieringscapaciteit van bedrijven en gezinnen en is op termijn nefast voor de economische groei en dus de winstevolutie. In de wetenschap dat de situatie op de financiële markten heel snel kan veranderen, zullen goudbeleggers nog wat geduld moeten oefenen. De omslag van een restrictieve naar een soepele monetaire politiek kan heel snel gaan indien de omstandigheden de centrale bankiers daartoe dwingen. 

 

Bron: CME FedWatch Tool