Van aandelen en andere financiële activa is het vrij eenvoudig om te bepalen of deze in een historische context of in vergelijking met gelijkaardige activa duur of goedkoop zijn. Dat is bij goud een ander verhaal omdat er geen omzet, winsten of kasstromen aan te pas komen. Hoogstens kan men de gemiddelde totale productiekosten om extra goud te produceren als maatstaf nemen.

 

Crescat Capital gebruikt een alternatieve waarderingsmethode die er op wijst dat er nog veel opwaarts prijspotentieel is bij goud. De instelling zet in zijn analyse de goudreserves af tegen de hoeveelheid overheidsobligaties die in omloop zijn. De oefening heeft betrekking op de Verenigde Staten omdat zij met de dollar over de wereldreservemunt beschikken en in theorie ook de grootste goudhoeveelheid bezitten.

 

De 8133,5 ton goud die door de US Treasury (Ministerie van Financiën) wordt aangehouden, heeft een marktwaarde van meer dan 1 biljoen of 1000 miljard dollar. Dit lijkt indrukwekkend, maar de waarde van de uitstaande overheidsobligaties bedraagt meer dan 36 biljoen dollar. Momenteel bedraagt de waarde van de Amerikaanse goudreserve amper 2,7% van de uitstaande obligaties. Ter vergelijking: in de jaren ’70 was dit gemiddeld nog 17% en na de Tweede Wereldoorlog zelfs 40%. 

 

Met de huidige hoeveelheid obligaties in omloop zou goud bij een terugkeer naar die 17% tegen 25000 dollar moeten noteren. Aan 40% wordt dit zelfs 55000 dollar. Crescat benadrukt dat dit niet noodzakelijk prijsdoelen zijn maar wel wijst erop dat de huidige waardering van goud in historisch perspectief nog steeds heel laag is. 

 

Na de financiële crisis van 2008-2009 kregen de goudaankopen van de centrale banken tractie. De voorbije jaren werd een recordhoeveelheid goud gekocht maar de Verenigde Staten namen althans officieel – niet deel aan deze koopgolf. Door de steeds verder oplopende schulden is dit wel het geval met de overheidsobligaties.

 

Tekst: Koen Lauwers