Commerciële banken zijn traditioneel niet de plaatsen waar je moet zijn om als particuliere investeerder een objectief advies over goud te krijgen. De meeste grootbanken zijn volledig gestopt met de fysieke goudhandel en sturen vermogende klanten liever in de richting van beleggingsfondsen waar de commissies veel hoger liggen.

Dit neemt niet weg dat de banken de voorbij kwartalen goed verdienen aan goud met handel voor eigen rekening en door in te spelen op arbitrage-opportuniteiten. Data van marktonderzoeker Coalition Greenwich leert ons dat de gezamenlijke inkomsten van de 12 grootste investeringsbanken uit ‘precious metals trading’ in de eerste jaarhelft met meer dan 60% zijn toegenomen naar bijna 1,1 miljard dollar. Dit is de sterkste groei op jaarbasis sinds 2016.

Die arbitrage kwam onder meer door de onzekerheid rond de invoering van tarieven op de invoer van goud in de Verenigde Staten. Dit tarief kwam er uiteindelijk niet, maar er was wel een tijdlang een prijsverschil tussen de London Metals Exchange (LME) en de CME in New York. Op de piek liep dit verschil op naar meer dan 3%. Bij andere metalen, zoals koper, was het verschil zelfs nog hoger.

Na september is dit prijsverschil nagenoeg verdwenen toen de markt het tarief risico niet langer inprijsde. De verhoogde activiteit laat zich ook zien in de handelsvolumes van de termijncontracten. Dit jaar werd gemiddeld voor 83 miljard dollar per dag aan termijncontracten op goud verhandeld. Dat is 36% meer dan een jaar eerder.

Intussen is de hoeveelheid goud onder beheer van de fysieke ETF’s eind augustus (de laatst beschikbare cijfers) toegenomen naar 3692 ton. Dat is nog 6% onder het recordniveau van november 2020, dat 3929 ton bedraagt. Dit goud heeft een tegenwaarde van 407 miljard dollar, een nieuw record. Sinds begin dit jaar kwam er al 47 miljard dollar bij. Ook de hoeveelheid zilver onder beheer bereikte met meer dan 40 miljard dollar een nieuw hoogtepunt.

Tekst: Koen Lauwers