De aankoop van fysieke edelmetalen is voor de meeste beleggers die tot dan toe enkel in klassieke bankproducten of aandelen belegden een grote stap. Voor deze genomen wordt, moeten een aantal psychologische en praktische bezwaren worden overwonnen.
'Goud is enkel voor de rijken'
Een eerste voorbehoud is dat goud duur zou zijn en enkel voorbehouden voor de ‘rijken’. Dit is het meest hardnekkige vooroordeel maar tegelijk ook het meest eenvoudige om te ontkrachten. De goudprijs wordt in de pers meestal uitgedrukt in dollar per troy ounce (31,1 gram) of zelfs per kilogram. Uitgedrukt in euro krijg je op dit moment prijzen in de buurt van 2150 per troy ounce en 69500 per kilogram. Ook dit laagste bedrag kan niet elke spaarder in één keer missen. Dan lijken de spaarplannen van de commerciële banken, waar beleggers al vanaf enkele tientallen euro’s per maand kunnen instappen, op het eerste zicht veel toegankelijker.
Enkele bedenkingen hierbij: indien het bankenspaarplan uw inleg op de beurs belegt, dan gebeurt dit op een moment dat de aandelenkoersen in de buurt van een historisch recordniveau noteren. Anderzijds brengt een klassieke spaarrekening met de huidige historisch lage rente zo goed als niets op. Vanaf een bepaald bedrag rekenen banken zelfs de negatieve depositorente door. Het klassieke argument tegen goud is daarmee ook van tafel geveegd.
Bigger is better?
Een ander argument is dat u niet per se groot hoeft te beginnen. Van de populaire 1 troy ounce goudmunten als de Krugerrand en de Maple Leaf zijn ook 1/10 versies beschikbaar met een goudinhoud van 3,1 gram. Deze kosten iets meer dan 200 euro per stuk. Alternatieven zijn oude munten als de Belgische Louis of de Zwitserse Vrenelli met een goudinhoud van 5,8 gram. Deze kosten op dit moment iets meer dan 400 euro per stuk.
Ook voor wie maandelijks maar 100 euro spaart, is zo’n munt al na 3 maanden toegankelijk. Het is dus zeker niet zo dat goud enkele voor de grote spaarvermogens is. Gespreid kopen in de tijd is op langere termijn de beste optie om prijsschommelingen uit te vlakken. Het is dus beter om 4 keer per jaar een kleinere hoeveelheid te kopen dan 1 keer een grote.
Behoud van koopkracht
Fysiek goud dient in de eerste plaats als koopkrachtbescherming. Alle valuta hebben de voorbij decennia in waarde verloren tegenover goud. Dit klinkt voor veel beleggers nogal abstract en sterk in het oog springende voorbeelden als Argentinië, Venezuela en Zimbabwe zijn voor de meesten letterlijk en figuurlijk een ver-van-mijn-bed show. Toch moet men het niet zo ver gaan zoeken. Een zonvakantiebestemming als Turkije kan het koopkrachtbehoud van goud even goed illustreren. Turkije kampt historisch met een hardnekkig hoge inflatie van minstens 10% tot pieken naar wel 25%. De voorbije 5 jaar is de goudprijs in Turkse lira vervijfvoudigd. Wie in die periode Turkse lira aanhield binnen het banksysteem, zag zijn of haar koopkracht door de inflatie smelten als sneeuw voor de zon. Voor slimme Turken die goud kochten, bleef die koopkracht dus op peil. En dit met dezelfde inleg.
Waar bewaar ik mijn goud?
Een ander praktisch probleem dat zich kan stellen is de bewaring. Hoewel velen decennialang grote hoeveelheden cash geld in huis bewaarden en daar geen graten in zagen, is dat bij goud ineens een probleem. Dit terwijl niets eenvoudiger te verbergen is dan enkele muntjes. Een kluis huren bij de bank is een optie. Na het afschaffen van effecten aan toonder en de toegenomen digitalisering in de financiële sector staan vele kluizenzalen voor meer dan de helft leeg. Wie even zoekt en vergelijkt, vindt vast wel een goedkope bankkluis. Beleggers die hun goud liever buiten het banksysteem aanhouden, kunnen terecht bij commerciële aanbieders van beveiligde opslag. Ontdek meer over Argentor Safe.
Meer lezen? Zie 'Goud als belegging in een checklist: 9 tips & tricks'