Het is nog steeds niet duidelijk waar de rivaliteit tussen fysiek goud en Bitcoin en de drang om beide te vergelijken vandaan komt. Het zijn namelijk 2 totaal verschillende activa. Laten we beginnen met de gelijkenissen. De motivatie van investeerders die fysiek goud en/of cryptomunten kopen, is meestal dezelfde. Ze plaatsen zich bewust buiten het klassieke financiële systeem omdat ze geen vertrouwen meer hebben in de manier waarop dit wordt beheerd. Dit wantrouwen is meer dan terecht want het (wan)beheer van centrale bankiers zorgt voor een aanhoudende daling van de koopkracht tegenover reële activa. Zo is de goudprijs de voorbije decennia in alle valuta toegenomen. Anders gezegd: alle valuta zijn in waarde gedaald tegenover goud.
Beiden buitenbeentjes
Goud en Bitcoin staan beiden buiten het financiële systeem omdat de hoeveelheid in omloop niet gecontroleerd en bepaald wordt door centrale bankiers. Dit is met alle papieren (fiat) valuta wel het geval. Om die reden is er aan het bezit van goud en Bitcoin ook geen tegenpartijrisico verbonden. Beiden kunnen tegen om het even welke valuta worden ingeruild. Bij alle beleggingen in fiat valuta is dit risico er wel. De munt waarin bijvoorbeeld een aandeel of obligatie wordt uitgedrukt kan sterk in waarde dalen. Wie al eens heeft belegd in obligaties van hoogrentende valuta weet ongetwijfeld wat er bedoeld wordt. Zowel Bitcoin als fysiek goud zijn momenteel een ‘effect aan toonder’, letterlijk in het geval van goud en figuurlijk (digitaal) bij Bitcoin.
Goud en Bitcoin als prijseenheid en ruilmiddel
Geld moet aan 3 voorwaarden kunnen voldoen: dienen als prijseenheid, als ruilmiddel en voor de opslag van waarde (sparen of uitgestelde consumptie). Valuta als de Amerikaanse dollar, de euro, de Japanse yen, het Brits pond, enz. worden ad hoc uitgegeven door centrale banken en voldoen aan de definitie van geld. Goederen en diensten worden geprijsd en verhandeld in valuta en de meeste mensen sparen ook in valuta.
Maar hoe verhouden Bitcoin en goud zich met deze definitie van geld? Geen enkele handelaar prijst zijn producten in goudgrammen, al kan het in principe wel. Anderzijds zal nergens ter wereld een betaling in goud worden geweigerd. Verschillende handelaren accepteren ook Bitcoin. In beide gevallen gaan die handelaren vrijwel onmiddellijk hun ontvangen goud of Bitcoins fysiek of digitaal inruilen naar fiat valuta. Omwille van de hoge volatiliteit van goud en Bitcoins uitgedrukt in valuta willen ze dit prijsrisico zoveel mogelijk uitsluiten. Elke prijsvorming blijft dus rond de klassieke valuta gecentraliseerd. Conclusie: goud en Bitcoin staan dan wel buiten het systeem maar kunnen evengoed als prijseenheid of ruilmiddel dienen.
Wat met waardeopslag?
Blijft over; het kenmerk van waardeopslag. Hierin zit het grote verschil tussen goud en Bitcoin. Hoewel de goudprijs sterk kan schommelen, kan het gele edelmetaal een track record van 5 000 jaar voorleggen als universeel waardeopslagmiddel. Dit dankt het aan unieke kenmerken als duurzaamheid, deelbaarheid, draagbaarheid en het beschikken over een intrinsieke waarde. Er komt jaarlijks ongeveer 3 000 ton goud bij uit nieuwe mijnproductie. Op een totaal van ongeveer 200 000 ton bovengronds goud komt dit neer op een natuurlijk inflatiepercentage van 1,5 procent.
Valuta hebben op zich geen enkele intrinsieke waarde
Hun status van geld is gebaseerd op het vertrouwen dat de koopkracht ervan min of meer behouden blijft. Dit is lastig, want de groei van het aanbod is in theorie onbeperkt. U wordt als investeerder die spaargeld in deze valuta aanhoudt, verondersteld om te geloven dat centrale bankiers het privilege om geld bij te drukken niet zullen misbruiken. Dit is veel gevraagd. Alleen al dit jaar groeiden de balansen van de centrale banken wereldwijd met 30 biljoen dollar. Dat is 30 met 12 nulletjes erachter!
Valuta doen het gemeten over een langere periode dan ook bijzonder slecht als waardeopslagmiddel. Ofwel verdwijnen ze, ofwel blijft er van hun koopkracht maar een fractie meer over door inflatie. In theorie kan een munt zelfs zo goed als helemaal waardeloos worden. Helemaal theoretisch is dat niet want in bijvoorbeeld Zimbabwe, Venezuela en Argentinië zijn praktijkvoorbeelden.
Bij fysiek goud is er een natuurlijke (geologische) beperking van het aanbod. Bitcoin en de meeste andere cryptomunten zijn zo geconstrueerd dat er een maximum aantal in omloop kunnen komen. Of crypto’s daarmee automatisch een waardeopslagmiddel zijn, is een andere zaak. Tot voor een paar jaar had niemand nog van crypto’s gehoord. Dan is het een grote stap om meteen tot alternatief te worden gebombardeerd voor een edelmetaal met een geschiedenis van 5 000 jaar.
Centrale banken en de monetaire waarde van goud
Ander belangrijk onderscheid: centrale banken houden een deel van hun reserves aan in goud. Dit is het monetaire aspect van goud. Bij de Europese Centrale Bank bijvoorbeeld staat goud in voor bijna 10% van het balanstotaal. Het zal nog niet direct gebeuren dat centrale banken crypto’s zullen kopen als onderdeel van hun valutareserves. Laat staan dat ze er hun goudreserves zullen door vervangen. Bij Bitcoin en andere crypto-valuta is er van monetaire waarde geen sprake. De ontwerpers koppelden er een monetair aspect aan en een steeds groter wordende gemeenschap gaat ook mee in dat verhaal. Maar an sich is er dus geen monetaire waarde. Valuta of zelfs goud inruilen in Bitcoin impliceert dat men verwacht dat deze de koopkracht beter zal behouden. Het is dus louter een kwestie van vertrouwen.
De forse prijsschommelingen in de korte carrière van de virtuele munten zijn ook niet van dien aard om goud als ultiem waardeopslagmiddel op korte termijn naar de kroon te steken. Laat dit niet als een pleidooi tegen cryptomunten overkomen. Onthoud vooral dat crypto’s en fysiek goud perfect naast elkaar kunnen bestaan en geen concurrenten van elkaar zijn.
Ben jij ondertussen geprikkeld om goud te kopen? Ontdek ons volledig aanbod aan gouden munten en goudbaren.