Halfweg mei noteert goud met een rendement van 15% in dollar en 25% in euro. In Japanse yen komt daar nog een pak bij en bedraagt het rendement zelfs 26%. Goud zit de voorbije weken in een consolidatiefase nadat de prijs tussen half februari en half april met meer dan 400 dollar per troy ounce of ruim 20% steeg. Daarmee is goud niet langer technisch overgekocht en ook op de termijnmarkten zijn er geen extreme longposities, wat op koers technisch vlak de weg in principe vrij maakt voor verdere prijsstijgingen.

 

Opmerkelijk is ook de prestatie van zilver. Het goedkoopste edelmetaal bleef de voorbije jaren meestal achter op goud maar dat is tot nog toe in 2024 niet het geval, wel integendeel. Zilver kan sinds begin dit jaar een rendement van 25% voorleggen in dollar, 27% in euro en 37,5% in Japanse yen. Door die outperformance is de goud/zilver ratio gedaald van 88 begin mei naar 80 nu.

Bij zilver is er van een nominale recordprijs nog lang geen sprake. In het geval van goud was dat vorige maand wel zo, maar door de inflatie zijn nominale records eigenlijk niet relevant. Daarvoor volstaat het om naar de vorige pieken te kijken. De vorige records dateren uit 1980 (850 dollar), 2011 (1.920 dollar) en 2020 (2.070 dollar). Deze laatste is vrij recent maar het spreekt voor zich dat de bedragen van 1980 en 2011 in reële termen intussen een stuk hoger liggen.

Hoeveel hoger? De Inflation Calculator van de Amerikaanse overheid (https://data.bls.gov) laat toe om dit te berekenen. De calculator gebruikt de officiële inflatiestatistieken van de consumentenprijzen (CPI). Dat is een cijfer dat de reële prijsstijging meestal nog onderschat en bijgevolg zeker geen te hoog actueel cijfer oplevert. Op basis van de officiële inflatiecijfers is de 1.920 dollar van 2011 er nu 3.400 waard en de 850 dollar van 1980 zelfs 3.400! Dit zijn conservatieve cijfers op basis van de officiële inflatie. Hoe dan ook is een top voor goud in reële termen op dit moment nog ver af. De goudprijs moet nog eens met bijna de helft stijgen vooraleer een reële top wordt bereikt.

Er zijn signalen dat de arbeidsmarkt wat minder krap wordt en ook de economische groei bleef iets achter op de verwachtingen, maar al bij al is er aan de brede macro-economische situatie de voorbije weken niet veel gewijzigd. Het tempo waarmee de inflatie daalt, ligt lager dan vorig jaar en ook nog steeds boven het gewenste niveau van de centrale bankiers. Omdat de arbeidsmarkt vrij sterk blijft, is er dan ook geen haast bij om de rente te verlagen.

In de Verenigde Staten drukte de Federal Reserve de hoop op een snelle renteverlaging de kop in tijdens de meest recente vergadering van 1 mei. Volgens de CME FedWatch Tool verwacht 91% dat de rente ook bij de volgende samenkomst van 12 juni ongewijzigd zal blijven. Ook voor 31 juli rekent nog 69% op een status quo. Pas op 18 september is er voor het eerst een meerderheid die een renteverlaging waarschijnlijk acht.

De verwachte renteverlagingen worden dus steeds verder achteruit geschoven. Zeker in vergelijking met begin dit jaar is het contrast groot. Toen werd nog van 6 verlagingen uitgegaan. Een tegenvallend banencijfer of een forse groeivertraging zou die timing kunnen wijzigen, maar er is voorlopig weinig dat daar op wijst. Een zware correctie op de aandelenmarkten kan de Fed in aanloop naar de verkiezingen het geweer van schouder doen veranderen maar ook dat scenario is op korte termijn weinig waarschijnlijk.

 Alles lijkt erop dat de ECB eerder zal starten met renteverlagingen dan de VS. Door de slechtere economische situatie en de lagere inflatie heeft de ECB al voor volgende maand een eerste renteverlaging aangekondigd. Elders in Europa heeft Zweden al de rente verlaagd. Het vooruitzicht op een renteverlaging doet voorlopig weinig aan de waarde van de euro. De rentes blijven vooralsnog hoog en de curve is nog steeds invers (hoger rendement voor kortere looptijden). Bij een dalende inflatie is dat in principe ongunstig voor goud maar daar heeft het dus weinig last van.

Dat is voor een stuk te danken aan de blijvende goudhonger van de centrale banken. De World Gold Council (WGC), die de goudtransacties compileert, rekende dat alle centrale banken tussen januari en maart gezamenlijk 289,7 ton goud kochten. Dat is een record voor een eerste kwartaal.

Bronnen: CME FedWatch Tool, BLS