Na de forse stijging van de goudprijs tijdens de voorbije maanden tot nieuwe recordniveaus in de meeste valuta, stellen veel beleggers zich de vraag of het nog wel de moeite loont om goud te kopen. Het antwoord is volmondig ja.
Een eerste argument is het verschil tussen de nominale en reële prijzen. De huidige recordprijs van eerder deze maand is enkel een nominale top. Indien we de hoogtepunten van 1980, 2011 en 2020 verrekenen met de officiële inflatiecijfers, dan komen we zonder uitzondering uit op een goudprijs die hoger ligt dan het huidige niveau. Voor de top van 1980 (820 dollar) komen we tot een prijs van 3300 dollar, voor 2011 (1920 dollar) op 2700 dollar en voor 2020 (2070 dollar) op 2500 dollar. Bij dat laatste cijfer komt de huidige goudprijs stilaan in de buurt, maar om de andere records te breken is er nog een lange weg te gaan.
De voorbije 15 jaar klom de goudprijs in euro met gemiddeld 10% per jaar. Dat cijfer mag op zich niet heel spectaculair lijken maar met een dergelijk rendement is de inleg na iets meer dan 7 jaar verdubbeld, na 11,5 jaar verdrievoudigd en na 14,5 jaar al verviervoudigd. Onderschat dus nooit de kracht van een samengesteld rendement! Die stijging kwam er ook volledig in de luwte want in tegenstelling tot bijvoorbeeld crypto’s en AI-gerelateerde aandelen werd goud in de mainstream financiële wereld nooit als een volwaardige alternatieve investering beschouwd.
Dat laatste is stilaan aan het veranderen. Goud was altijd al een hedge tegen de uitwassen van het monetaire systeem zoals we dat al sinds 1971 kennen. Onder dit systeem is groei gebaseerd op een continue toename van de schulden. Dat kan een hele tijd goed gaan (intussen al ruim 5 decennia) maar op een bepaald moment worden die schulden onbeheersbaar. Om tot economische groei te komen, lopen de begrotingstekorten en bijgevolg de schulden steeds verder op. Op een bepaald moment volstaan de belastinginkomsten niet om de rente op die schuld te betalen. Dan gaat het schuldsysteem nog verder in overdrive met inflatie en het verlies van koopkracht van een munt tot gevolg.
Hoewel een dergelijk scenario (hopelijk) nog niet voor de korte termijn is, illustreert de recente prijsstijging van het metaal en de aankopen van de centrale banken dat goud hier wel op anticipeert.
De renteverhogingen sinds 2022 hebben al flink wat schade aangericht. Zo ligt het aantal faillissementen in de Verenigde Staten sinds 2010 niet meer zo hoog. De inverse rentecurve, waarbij de korte rente hoger ligt dan de lange, is ook nefast voor het bedrijfsmodel van banken die geld uitlenen op lange termijn en zich financieren op korte termijn. Een recessie lijkt de komende kwartalen daarom nog moeilijk af te wenden. De geplande renteverlagingen komen veel te laat om een noemenswaardig effect te hebben.
Een en ander betekent natuurlijk niet dat het van hieruit in één rechte lijn naar omhoog gaat voor de goudprijs. Zo werken markten namelijk niet. Hoe dan ook is het nog niet te laat om goud te kopen want de grootste stijging zit er nog aan te komen wanneer de onvermijdelijke valutacrisissen hun beslag zullen kennen.
Tekst: Koen Lauwers