Na 45 jaar heeft de goudprijs de historische top uit 1980 eindelijk achter zich gelaten. Nu kunt u zeggen dat dit al lang gebeurde want de top van 821 dollar werd al in 2007 geëvenaard en later overschreden. Maar nominale cijfers zeggen weinig want om tot een correcte vergelijking te komen, moet men rekening houden met de inflatie.
Volgens de officiële inflatiestatistieken van het Bureau of Labor Statistics (BLS) is 821 dollar uit 1980 nu 3400 dollar waard. Vorige week kon goud voor het eerst dat niveau overschrijden zodat er nu niet alleen van een nominale maar ook van een reële top sprake is.
Ook in de meeste andere valuta's bereikte de goudprijs een nieuw record. Toch is er een aanzienlijk verschil wat het rendement betreft en dat heeft alles te maken met de prestatie van de dollar. De Amerikaanse munt werd door de markt fors lager gestuurd als gevolg van de handelsoorlog die president Trump ontketende met zijn invoertarieven. Tegenover de euro daalde de dollar naar het laagste niveau in 3 jaar.
De dollarindex of DXY daalde dit jaar al meer dan 8%. De markt anticipeert op een lagere vraag naar dollars door minder handel met de VS terwijl niet-Amerikaanse centrale banken massaal Amerikaanse overheidsobligaties verkochten. Door die discrepantie noteert de goudprijs nu 26% hoger dan bij de start van 2025. Dat is even veel als over gans 2024 als rendement werd gerealiseerd. Het rendement in euro bedraagt 14%.
Zilver verging het een stuk minder. De zilverprijs corrigeerde van 35 naar minder dan 29 dollar of een tik van 18%. Intussen is ruim de helft van dit verlies weer goedgemaakt, maar zilver blijft beduidend slechter presteren dan goud. De goud/zilver ratio is intussen opgelopen naar meer dan 100, het hoogste niveau in bijna vijf jaar. Zilver noteert in tegenstelling tot goud nog ver onder zijn topkoersen van 1980 en 2011, zowel nominaal als reëel (aangepast voor inflatie).
Goud speelt dus volop zijn rol van veilige haven, in tegenstelling tot andere activaklassen die het lieten afweten. Bij dalende aandelenkoersen en oplopende recessievrees doen obligaties het meestal goed door een dalende rente. Dit was deze keer niet het geval want de langetermijnrentes stegen waardoor de obligatiekoersen daalden. Het is extreem ongewoon dat de rente stijgt bij een dalende munt en oplopende recessievrees. Dit wijst op een overaanbod van schuldpapier en hogere inflatieverwachtingen als gevolg van de tarieven.
Tot woede van president Trump lijkt de Federal Reserve niet gehaast om de (korte) beleidsrente verder te verlagen. Gouverneur Powell liet weten dat hij eerst de impact van de tarieven op de inflatiecijfers en de evolutie op de arbeidsmarkt wil afwachten. Op basis van de CME FedWatch Tool verwacht 91% een ongewijzigde rente op de eerstvolgende beleidsvergadering van 7 mei. Voor het daaropvolgende rentebesluit van 18 juni gaat een meerderheid van 71% uit van een eerste renteverlaging van 2025.
Bron: CME FedWatch Tool