Goud neemt een adempauze nadat de prijs sinds de start van de uitbraak in februari en half mei bijna een kwart duurder werd. De huidige correctie waarbij een deel van de prijsstijging wordt teruggenomen, is perfect logisch en zelfs heel gezond met het oog op een duurzame stijgende prijs trend op langere termijn.

 

Vorige maand bereikte goud intraday een topkoers van 2.450 dollar en een slot van 2.425 dollar. Intussen ging daar ongeveer 100 dollar van af. De goudprijs dook daarbij onder het 50-daags gemiddelde, waardoor de opwaartse trend op korte termijn gebroken is. Die steunlijn (momenteel 2.355 dollar) is nu een weerstandsniveau geworden. Op langere termijn blijft de stijgende trend duidelijk intact.

 

Na 5,5 maanden in 2024 noteert goud in dollar 12,5% in de plus. Dat is bijna even veel als in 2023 over een heel jaar. In euro bedraagt de klim 15,5% en in Japanse yen zelfs 25%. De correctie wordt toegeschreven aan een sterke arbeidsmarkt en een hogere looninflatie. Die trend zou de kans op renteverlagingen, die gunstig zijn voor goud, verkleinen. Dat bleek ook het geval, want de Federal Reserve hield een week later de rente ongewijzigd en gooide koud water op de verwachtingen rond snelle renteverlagingen. Ook de pauze in goudaankopen door de Chinese centrale bank speelt een rol in de correctie.

 

De Amerikaanse Federal Reserve hield zoals verwacht de beleidsrente op de monetaire vergadering van 12 juni ongewijzigd. De inflatie daalt, maar toch vindt voorzitter Powell het nog te vroeg om de rente te verlagen. Het basisscenario gaat nu nog uit van slechts één renteverlaging in 2024. Begin dit jaar werden er nog zes verwacht. Dat heeft ook te maken met de Amerikaanse verkiezingen in november want met een status van politieke onafhankelijkheid moet de Federal Reserve in aanloop naar de stembusgang op eieren lopen om geen schijn van partijdigheid te wekken in hun monetaire politiek.

 

Toch blijft de vasthoudendheid van de Federal Reserve om de rente lang hoog te houden opmerkelijk. Toen de inflatie twee jaar geleden omhoog schoot, was de Federal Reserve er als eerste grote centrale bank bij om de rente te verhogen. De andere centrale banken volgden. Bij de versoepelingen gaat het niet zo. De Europese Centrale Bank (ECB) verlaagde op 6 juni voor het eerst in vijf jaar de rente en dit ondanks de hoger dan verwachte inflatiecijfers. De Bank of Canada, historisch nochtans een volger van de Federal Reserve, deed dat een dag eerder al. Ook de centrale banken van Zwitserland en Zweden verlaagden de rente. Daarmee geven ze impliciet toe dat het steunen van de economie op dit moment belangrijker is dan het onder controle houden van de inflatie.

 

In de VS is die economische steun vooralsnog niet nodig want de arbeidsmarkt blijft sterk, al is de vraag hoe realistisch deze cijfers zijn in het licht van de neerwaartse bijstellingen achteraf. Hoe dan ook is het renteverschil tussen de grote valuta blokken weer groter geworden in het voordeel van de Verenigde Staten, wat zeker op korte termijn gunstig is voor de dollar.