Na de forse prijscorrectie in de tweede helft van oktober herstelde het opwaartse prijsmomentum bij goud en zilver zich sneller dan verwacht. Goud corrigeerde van bijna 4400 naar 3900 dollar maar nam daarna in rap tempo meer dan de helft van die daling weer terug. Maar het niveau van bijna 4200 dollar kon niet worden vastgehouden en goud zakte weer weg maar hield wel stand boven de grens van 4000 dollar. De laatste dagen van november zit de goudprijs weer in de lift.
Sinds begin 2025 noteert goud 59% in de plus in dollar en 42% in euro. Daarmee komt 2025 voorlopig op de vierde plaats wat historische rendementen (in dollar) betreft na 1973, 1974 en 1979. Ook zilver viel een aantal weken terug onder de psychologische grens van 50 dollar maar noteert intussen weer op een zucht van de piek die op 17 oktober werd bereikt. Met nog een maand te gaan in 2025 bedraagt het rendement 82% in dollar en 65% in euro.
Grafiek: goudprijs sinds begin dit jaar, in USD (TradingView)
Op de termijnmarkten blijft zilver in backwardation, wat betekent dat termijncontracten met een latere afloopdatum goedkoper zijn. Anders gezegd: er wordt een premie betaald voor fysieke levering. Dat heeft te maken met het massaal schuiven van voorraden de voorbije maanden. Om aan de geplande invoertarieven te ontsnappen, werden massale hoeveelheden zilver verscheept naar de Verenigde Staten (Comex). Die kwam in hoofdzaak uit Londen (LBMA), waar de voorraden sterk terugvielen. Nu het stof rond de tarieven is gaan liggen, trokken de zilvervoorraden op de LBMA weer aan. Alleen kwam dit zilver niet terug van New York, maar wel uit China. Daar zijn de voorraden op de Shanghai Futures Exchange naar het laagste peil sinds 2015 teruggevallen.
Nu de Amerikaanse overheidsdiensten weer operationeel zijn, sijpelen ook de macro-economische cijfers weer binnen. Sommige daarvan zijn weinig relevant en worden tegengesproken door recentere cijfers. Dat was bijvoorbeeld het geval met het banenrapport, waar de cijfers van commerciële loonstrookverwerkers slechter zijn dan het officiële rapport dat op september betrekking heeft. Er zijn intussen voldoende indicaties dat de arbeidsmarkt nu zwakker is dan voor de zomer.
Het inflatierapport van oktober zal worden gecombineerd met dat van november en wordt pas een week na de laatste monetaire vergadering gepubliceerd. De Federal Reserve zal dus deels ‘blind’ varen wat inflatie betreft, wanneer ze op 10 december een rentebesluit moeten nemen. De lager dan verwachte klim van de producentenprijzen geeft wel aan dat inflatie voorlopig niet versnelt.
Een zwakkere arbeidsmarkt gecombineerd met een inflatie die grotendeels onder controle is, zou in theorie de poort moeten open zetten naar bijkomende renteverlagingen, wat gunstig zou zijn voor goud. Maar door het gebrek aan actuele macro-economische cijfers is er geen zekerheid. Verschillende leden van het monetair comité dat over de rente moet beslissen, lieten de voorbije weken tegenstrijdige uitspraken optekenen. De financiële markten trekken wel de kaart van renteverlagingen. Volgens de CME FedWatch Tool gaat momenteel 85% uit van een renteverlaging met 25 basispunten. Een week geleden was dit nog maar 40%. De eerste bijeenkomst van het monetair comité van 2026 staat op 28 januari gepland.
Bronnen: TradingView Charts, CME FedWatch Tool
Tekst: Koen Lauwers