Peak gold: feit of fabel?
Prognoses voor de goudkoers zijn grotendeels gebaseerd op het monetaire beleid van centrale banken, en de verwachtingen ten aanzien van de inflatie en politieke risico's. Dat wist u al. Maar waar men zelden bij stil staat, is dat die verwachtingen gebaseerd zijn op de veronderstelling dat er altijd voldoende aanbod van goud zal zijn. En juist dat wordt een onzekere factor, omdat de verwachting is dat de productie van goudmijnen spoedig een piek zal bereiken.

Naar analogie met het ‘peak oil’ fenomeen in de oliesector wordt ook in de goudindustrie over een ‘peak gold’ scenario gedebatteerd. De achterliggende idee van de voorstanders van deze theorie luidt dat de piek in de goudproductie achter ons ligt en dat het vanaf nu alleen maar bergaf zal gaan. Net als bij olie, een decennium geleden, is ook bij ‘peak gold’ niet iedereen overtuigd van deze waarneming.

Marktonderzoeker CPM Group wijdt in de marge van het, eerder deze week gepubliceerde, Gold Yearbook uitgebreid uit over deze theorie. De instelling wijst erop dat er in de periode tussen 2011 en 2016 meer nieuwe productiecapaciteit bij kwam dan er wegviel door uitgeputte mijnen. Door de daling van de goudprijs tussen 2013 en 2015 werd de goudmijnsector echter genoodzaakt te bezuinigen op exploratie. Daardoor zijn de huidige budgetten voor exploratie en nieuwe kapitaaluitgaven slechts een fractie van die in de jaren ’80 en ’90 van vorig eeuw. Het gevolg daarvan zal de komende jaren pas zichtbaar worden, als bestaande mijnen uitgeput raken en er onvoldoende nieuwe reserves aangeboord kunnen worden om die daling op te vangen.

Onontgonnen werk

Geologische studies tonen aan dat er nog veel goud beschikbaar is, wat in tegenspraak is met de ‘peak gold’ theorie. Onder meer het oosten van Rusland, het binnenland van China, Tibet en het Amazonegebied in Zuid-Amerika herbergen nog omvangrijke goudreserves. Deze zijn om uiteenlopende redenen nog niet ontgonnen. Slechte bereikbaarheid, politieke of sociale tegenkantingen of het feit dat die reserves aan de huidige goudprijs en technologie niet op een rendabele manier ontginbaar zijn, zijn daar een paar voorbeelden van. Daar komt ook nog eens bij dat er steeds meer aandacht is voor de impact van goudmijnen op het milieu. Daardoor lukt het mijnbouwbedrijven niet altijd om een vergunning rond te krijgen voor de aanleg van een nieuwe goudmijn. Volgens Ivan Glasenberg, directeur van mijnbouwgigant GlenCore, worden er vandaag de dag geen nieuwe grote goudmijnen meer gebouwd om de simpele reden dat er de afgelopen jaren te weinig geïnvesteerd is in het ontdekken van nieuwe goudaders. 

Minder aanbod van goud?
Een probleem bij het verifiëren van ‘peak gold’ is dat niet iedereen dezelfde cijfers gebruikt. Zo is de mondiale mijnproductie volgens CPM Group vorig jaar met 2,8 procent toegenomen. De instelling rekent voor dit jaar op een verdere toename met 0,6 procent. Vervolgens zou de mijnproductie tot het einde van dit decennium stabiliseren. Volgens Metals Focus, dat studies uitvoert in opdracht van de World Gold Council, bleef de goudproductie in 2016 ongewijzigd tegenover een jaar eerder. De globale productie piekte in het derde kwartaal op 850,4 ton om in het vierde kwartaal met 2 procent op jaarbasis te dalen naar 810,9 ton. Een derde instelling die zich bezig houdt met goudstatistieken is Thomson Reuters GFMS. Die zag de gecombineerde output vorig jaar met 1,5 procent afnemen naar 3.168 ton.

Het lijkt in elk geval logisch dat de daling van de exploratie- en kapitaaluitgaven niet zonder gevolgen zal blijven. De precieze impact zal pas komend decennium duidelijk worden want er verloopt gemiddeld 5 tot 7 jaar tussen exploratie en de commerciële uitbating van een mijn. Voorspellingen doen over de gevolgen van de lagere mijnproductie is op dit moment erg lastig zonder te weten hoe de prijs over die periode zal evolueren. Bij hogere prijzen neemt bijvoorbeeld het aanbod van gerecycleerd goud (scrap) sterk toe. Dit kan een lagere mijnproductie tot op zekere hoogte compenseren.