De inflatie daalt, maar toch blijft de rente relatief hoog, hoewel de centrale bankiers renteverlagingen in het vooruitzicht stellen. Hoe komt dat en wat is de link met goud?

Het antwoord ligt bij de hoge schuldpositie van - in hoofdzaak - de overheden. Een oplopende rente maakt de totale rentelast op die schuld steeds zwaarder om te dragen. Daarvoor moeten nieuwe schulden worden uitgegeven wat een vicieuze cirkel in gang zet. De markt gaat een steeds hogere rentevergoeding eisen om dat risico te compenseren. Goud levert geen rente op maar er zijn ook geen schulden aan verbonden.

Wie dat beter dan wie ook beseft, zijn de centrale banken zelf. Zij hebben al twee jaar op rij een recordhoeveelheid fysiek goud aangekocht. Die moet dienen om het waardeverlies van de andere valuta die deel uitmaken van de reserves te compenseren. De centrale bank van China neemt daarbij het voortouw en wordt ook gevolgd door de private investeerders. De totale Chinese goudimport (centrale banken en andere marktpartijen gecombineerd) bedroeg in het eerste kwartaal 565,9 ton of ruim een derde meer dan in dezelfde periode een jaar eerder.

Naar de redenen daarvoor moet niet ver worden gezocht: de Chinese aandelenmarkten doen het slecht, de lokale munt verliest in waarde tegenover de dollar en om het plaatje te vervolledigen is er ook nog een vastgoedcrisis. Geen verrassing dus dat goud in trek is. 

In het westen gebeurt dit vooralsnog niet en zijn de fysieke ETF-stromen nog steeds negatief. In april was er, ondanks de prijsstijgingen per saldo, een netto uitstroom van 30 ton. Opmerkelijk was dat alle regio’s een instroom kenden, behalve Europa.  De gemiddelde westerse particulier heeft de boodschap dus nog niet begrepen. De rol van de westerse particulier op de goudmarkt wordt steeds onbeduidender. Het zwaartepunt is al langer naar het oosten verschoven. Dit wordt duidelijk geïllustreerd door de volumes op zowel de Shanghai Futures Exchange als de Shanghai Gold Exchange.

Bron: World Gold Council